Middels de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt de bouwsector zelf expliciet verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit, zulks middels het gebruik van toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging. De gemeente toetst bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning of bij het toezicht op de naleving van bouwvoorschriften niet meer aan bouwtechnische voorschriften. In plaats daarvan toetst zij of toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging worden toegepast die geschikt zijn voor de risicoklasse van het bouwwerk en of de gekozen kwaliteitsborger gerechtigd is om het instrument toe te passen. Gemeenten houden bij vergunningverlening wel hun taken in het kader van de toetsing aan bestemmingplannen, bouwverordening, welstand en omgevingsveiligheid.

De verdeling van de aansprakelijkheid bij verborgen gebreken wordt gewijzigd. Thans luidt artikel 7:758 lid 3 BW: “De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken”. Dit artikel komt volgens het wetsvoorstel te luiden: “De aannemer is aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Van dit lid kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken bij aanneming van bouwwerken.”

De privaatrechtelijke positie van de bouwconsument wordt versterkt. Volgens het wetsvoorstel wordt na artikel 7:767 BW een artikel (7:767a BW) ingevoegd, luidende: “De aannemer biedt bij het aangaan van de overeenkomst de opdrachtgever een financiële waarborg aan in de vorm van een verzekering of een andere financiële zekerheid voor de dekking van de kosten ten gevolge van het insolvent raken van de aannemer voor de afbouw van de woning en voor het herstel van aan de aannemer toe te rekenen gebreken die na de oplevering zijn ontdekt, tenzij dit in redelijkheid niet van de aannemer kan worden gevergd.”.

De wijziging gaat vanaf 2016 stapsgewijs in. 

Bron

Plankosten grondexploitatie worden vastgelegd in exploitatieplan

De kosten van grondexploitatie (bouwrijp maken, nutsvoorzieningen aanleggen, openbare ruimte inrichten) kunnen door de gemeente worden verdeeld over de eigenaren in een exploitatiegebied. Ter zake stelt de gemeente een exploitatieplan vast. Een belangrijke kostenpost zijn de ambtelijke kosten die de gemeente maakt bij grondexploitatie. Er komt een begrenzing van de ambtelijke kosten die de gemeente in rekening mag brengen en er is gekozen voor een forfaitaire regeling. Eigenaren van stukken grond in bouwlocaties, projectontwikkelaars en ontwikkelende aannemers en dergelijke kunnen als gevolg hiervan vooraf de kosten berekenen en zo een betere investeringsbeslissing nemen.

De wijziging gaat naar verwachting in per 1 januari 2016.

Bron