Het keurmerk komt de laatste tijd regelmatig in het nieuws. Zo is de Consumentenbond een actie gestart tegen de bekende ‘vinkjes’ die op verschillende supermarktproducten voorkomen.

Volgens de bond zouden de vinkjes door veel consumenten verkeerd worden begrepen. Maar het gebruik van keurmerken leidt ook tot strubbelingen tussen concurrenten, zoals bij de stofzuigerfabrikanten Miele en Dyson. Volgens Dyson voert Miele een misleidend en niet-bestaand keurmerk. Hoe zit dat nu precies met keurmerken?

In Nederland worden aan een keurmerk geen juridische eisen gesteld; iedereen kan dus een eigen keurmerk starten. Keurmerken worden veelal ontwikkeld door stichtingen, ideële instellingen of brancheorganisaties. Denk hierbij aan de keurmerken van FSC, Fair Trade of de BOVAG. Maar ook commerciële bedrijven roepen keurmerken in het leven, zoals het KEMA-keur of KIWA-keurmerk. Wanneer deze keurmerken onterecht worden gevoerd, moeten de beheerders van het keurmerk zelf actie ondernemen om dit gebruik tegen te gaan.

Maar wat als een bedrijf een eigen keurmerk bedenkt en zelf prominent gaat gebruiken? In dat geval ligt de bal bij consumenten en concurrenten. Zij kunnen de gebruiker van het ‘keurmerk’ betichten van oneerlijke handelspraktijken en de rechter vragen het gebruik van het keurmerk te verbieden. De rechter zal dan moeten nagaan of het keurmerk onjuiste en/of misleidende informatie weergeeft én of het gebruik van het keurmerk de consument beïnvloedt in zijn koopgedrag. Met andere woorden: als het aannemelijk is dat een consument het product koopt vanwege een onjuist of misleidend keurmerk, is er sprake van een oneerlijke handelspraktijk.