Vandaag heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de langverwachte uitspraak gedaan over de wegverbreding van de A2 op het tracé ‘s-Hertogenbosch-Eindhoven. Eerder berichtten wij u al over het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie over deze zaak.

Nabij de A2 is het Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ gelegen. In dit gebied komen beschermde blauwgraslanden voor. De verbreding van de A2 zal leiden tot meer stikstofuitstoot en heeft daardoor negatieve gevolgen voor de blauwgraslanden. In het Tracébesluit tot verbreding van de weg is daarom voorzien in de aanleg van nieuwe blauwgraslanden in datzelfde Natura 2000-gebied (maar op een andere plek dan de huidige graslanden). Het Hof oordeelde dat het Tracébesluit leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied, omdat de aanleg van nieuwe blauwgraslanden aangemerkt moet worden als een compenserende maatregel in plaats van een mitigerende maatregel. Dit heeft tot gevolg dat het project pas kan worden gerealiseerd als voldaan is aan de zogenaamde ADC-criteria. Dit betekent dat onderzoek moet worden gedaan naar de Alternatieven, er moet sprake zijn van een Dwingende reden van groot openbaar belang en de schade aan de natuur moet worden gecompenseerd.

In de A2-zaak was (nog) geen ADC-toets verricht. Het was dan ook de algemene verwachting dat de Afdeling, gelet op het arrest van het Hof, het Tracébesluit zou vernietigen. Dit is echter niet het geval, omdat de minister van Infrastructuur en Milieu naar aanleiding van het arrest het Tracébesluit heeft gewijzigd (het wijzigingsbesluit).

Het wijzigingsbesluit wijzigt de maatregel tot aanleg van blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied en bevat een aanvullende passende beoordeling. Op basis van deze aanvulling stelt de minister zich op het standpunt dat, anders dan eerder was voorzien, het tracé als zodanig niet leidt tot significante negatieve effecten voor de blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied. De aanleg van nieuwe blauwgraslanden is daarom volgens de minister niet meer nodig. De maatregel is dus geen compenserende maatregel, maar wordt slechts onverplicht uitgevoerd.

De Afdeling overweegt allereerst dat het arrest van het Hof niet tot gevolg heeft dat de minister niet langer bevoegd is nader onderzoek te doen naar de feitelijke gevolgen van het tracé voor het Natura 2000-gebied en naar aanleiding daarvan een nieuw besluit te nemen.

Vervolgens beoordeelt de Afdeling de aanvullende passende beoordeling. In de passende beoordeling is voor de berekening van de stikstofdepositie van het wegverkeer in relatie tot de achtergronddepositie gebruik gemaakt van nieuwste versies van het rekenmodel en de GDN. De GDN en het concept-beheerplan zijn gehanteerd om een actueel beeld te krijgen van de staat van instandhouding van de habitattypen. Hieruit bleek dat de staat van instandhouding van de blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied beter was dan werd aangenomen in de oorspronkelijke passende beoordeling. Ondanks de overschrijding van de kritische depositiewaarde zijn de blauwgraslanden – afhankelijk van de locatie – deels tot grotendeels van goede kwaliteit en heeft uitbreiding plaatsgevonden. Daarnaast is volgens de aanvullende passende beoordeling de stikstofdepositie als gevolg van de wegverbreding structureel lager dan eerder werd verwacht. Het projecteffect is volgens de aanvullende passende beoordeling zodanig beperkt dat geen ecologische effecten op de blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied zullen ontstaan. De Afdeling oordeelt dat de minister zich op grond van de passende beoordeling ervan heeft verzekerd dat als gevolg van het wijzigingsbesluit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. De Afdeling concludeert daarom dat de rechtsgevolgen van het Tracébesluit in stand kunnen blijven.

De conclusie is dan ook dat de wegverbreding van de A2 kan doorgaan ondanks het eerdere arrest van het Hof. Dit is met name mogelijk doordat de feitelijke gegevens die ten grondslag lagen aan het Tracébesluit zijn geactualiseerd. Uit het rekenmodel en de GDN blijkt dat de beschermde habitattypen er beter voorstaan dan gedacht: de stikstofdepositie van de A2 is structureel lager dan eerder werd verwacht en voor alle habitattypen is op de langere termijn sprake van een afname van de stikstofdepositie. Dit is ook goed nieuws voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Als uit de nieuwste rekengegevens blijkt dat er (in ieder geval langs de A2) een afname van de stikstofdepositie is dan wordt hiermee de broodnodige ontwikkelingsruimte gecreëerd. Het ontwerp PAS zal naar alle waarschijnlijk op 10 januari 2015 ter inzage worden gelegd.