Sinds vrijdag 7 augustus 2015 liggen de ontwerpbesluiten voor de kavels I en II in het windenergiegebied Borssele ter inzage. Een ieder kan reageren op de ontwerpbesluiten door een zienswijze in te dienen.

In een kavelbesluit wordt bepaald waar en onder welke voorwaarden een windpark gebouwd en geëxploiteerd mag worden. De inhoud van de kavelbesluiten is dan ook (nadat zij zijn vastgesteld) bindend. Een aanvraag om subsidie en windvergunning die niet voldoet aan de voorschriften uit het kavelbesluit zullen worden geweigerd. Indien u van mening bent dat het ontwerpkavelbesluit wijziging behoeft, kunt u tot en met donderdag 17 september 2015 een zienswijze indienen.

De ontwerpkavelbesluiten kunt u downloaden op www.bureau-energieprojecten.nl. Via deze website is het ook mogelijk om een zienswijze in te dienen. Hieronder zullen wij een aantal onderdelen uit de ontwerpen kort aanstippen.

Omschrijving van de gebiedskenmerken

Belangrijk aan de ontwerpkavelbesluiten is allereerst de omschrijving van de kenmerken van het gebied. Naast de ligging van de kavels, wordt bijvoorbeeld ook ingegaan op de andere gebruiksfuncties in het gebied (zoals kabels en leidingen) en de bodemsamenstelling. Ook wordt ingegaan op de aanwezigheid van explosieven uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Het is waarschijnlijk dat er niet-gesprongen explosieven in het gebied aanwezig zijn, maar dit vormt volgens de ministers geen belemmering voor de realisatie van het windgebied, omdat met goed risicomanagement het risiconiveau tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht.

Kenmerken van het windpark

Daarnaast bevatten de ontwerpkavelbesluiten voorschriften. Zo bevat voorschrift 2 de bandbreedten (coördinaten) waarbinnen het windpark moet worden geplaatst, de coördinaten van de ligging van het tracé van de aansluiting naar platform Borssele Alpha alsmede de coördinaten van de onderhoudszones van pijpleidingen en kabels waarbinnen geen windturbines ogen worden geplaatst.

Verder bevat voorschrift 2 gedetailleerde voorwaarden voor het windpark, bijvoorbeeld dat het maximumaantal windturbines 95 is en wat de minimale afstand tussen de windturbines moet zijn. Ook is een maximum en minimum rotoroppervlak opgenomen voor zowel het totaal als per turbine net als een minimale tiplaagte en maximale tiphoogte.

Het voorschrift bepaalt ook dat de vergunninghouder zich aantoonbaar moet inspannen “om het park zodanig te ontwerpen en te realiseren dat het park actief bijdraagt aan versterking van een gezonde zee en versterking van behoud en duurzaam gebruik van soorten en habitats die van nature in Nederland voorkomen”. Daartoe moet een plan van aanpak worden opgesteld.

Als laatste wijzen we erop dat tijdens reparaties en onderhoud van telecomkabels het aantal rotaties per minuut per windturbine van de windturbines die zich in een straal van 1.000 meter van de reparatie- onderhoudslocatie bevinden tot minder dan 1 moet worden gebracht.

Geldigheidsduur windvergunning

Voorschrift 3 bepaalt dat de windvergunning wordt verleend voor een termijn van 30 jaar.

Mitigerende maatregelen

Voorschrift 4 bevat een groot aantal mitigerende maatregelen ter bescherming van de aanwezige fauna. Zo betreft het maatregelen tijdens de heiwerkzaamheden: een acoustic deterrent device, een soft start en een geluidsnorm.

Ook worden er maatregelen ter beperking van aanvaringsslachtoffers onder vogels op rotorhoogte bij massale vogeltrek voorgeschreven net als maatregelen voor het voorkomen van aanvaringsslachtoffers van vleermuizen op rotorhoogte.

Voorschrift 5 bepaalt dat de minister van Economische Zaken een monitorings- en evaluatieprogramma opstelt. De vergunninghouder moet hier “voor zover redelijk zonder financiële tegenprestatie” aan meewerken.

Verwijdering van het windpark

Voorschrift 6 betreft de verwijdering van het windpark. De vergunninghouder moet het windpark uiterlijk verwijderen binnen twee jaar nadat de exploitatie is gestaakt.

Financiële zekerheid

Het laatste voorschrift (voorschrift 7) bepaalt dat de vergunninghouder een financiële zekerheid van 120.000 euro per te realiseren MW moet stellen voordat met de bouw wordt gestart. De vergunninghouder moet deze financiële zekerheid jaarlijks met 2% verhogen als gevolg van indexatie tot het moment dat het windpark verwijderd moet worden.

Afronding

Bovenstaande is nog slechts een selectie van de opgenomen verplichtingen. Voor een volledig beeld, wordt dan ook aangeraden om het gehele ontwerpkavelbesluit (en in ieder geval de voorschriften en gebiedsomschrijving) te lezen.

Hoewel de ontwerpen door het indienen van zienswijzen nog gewijzigd kunnen worden, staan de kaders voor de windparken vrijwel vast. Op basis van deze gegevens kunnen partijen die een subsidie- en vergunning willen aanvragen dan ook verder aan de slag om de hoogte van hun bod in de subsidietender te bepalen.