Vertrouwelijkheid van informatie

De vertrouwelijkheid van informatie die is verstrekt door clementievragers blijft een hot topic in mededingingsland. Het fenomeen speelt niet alleen in civielrechtelijke schadevergoedingsprocedures (in afwachting van de implementatie van de nieuwe EU-Richtlijn verhaal kartelschade in Nederland die de vertrouwelijkheid van clementieverklaringen beschermt), maar ook in bestuursrechtelijke handhavingszaken van de ACM.

Beschikking CBb in beroepsprocedure meelkartelzaak over vertrouwelijkheidsclaim door ACM

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven ("CBb") heeft zich recent ook weer uitgelaten over de balans tussen enerzijds het belang van vertrouwelijkheid van door clementievragers aan de mededingingsautoriteit verstrekte informatie, en aan de andere kant het belang van openbaarheid van informatie voor bedrijven die worden verdacht van een kartelinbreuk.

In deze procedure kwamen een aantal ondernemingen op tegen de boete die zij van de ACM hadden ontvangen vanwege een schending van het mededingingsrecht. Hun eerdere veroordeling was (mede) gebaseerd op clementieverklaringen van andere karteldeelnemers die daarmee de (boete)dans waren ontsprongen.

De ACM had bepaalde transcripties van clementieverklaringen vertrouwelijk aan de rechters overgelegd: alleen het CBb mocht kennis nemen van deze stukken. De beboete ondernemingen kregen daarmee geen inzage in de betreffende transcripties die toch mede de grondslag vormden voor hun veroordeling.

Weging van belangen

Het CBb volgde deze lijn dan ook niet. Het college oordeelde dat beperking van de kennisneming door de beboete ondernemingen niet was gerechtvaardigd, nu het succes van het clementieprogramma van ACM in het onderhavige geval niet zwaarder weegt dan het verdedigingsbelang van de beboete ondernemingen.

Het CBb nam daarbij in overweging dat de inhoud van de verklaringen reeds bekend was bij de niet-clementieverzoekers en dat de betrokkenheid van de clementieverzoekers ook al uit niet-vertrouwelijke stukken was af te leiden. Er bestond naar het oordeel van het CBb in dit geval slechts een betrekkelijk gering belang bij beperking van de kennisneming van de transcripties.

Het belang van ACM bij geheimhouding is duidelijk: dit is in haar ogen noodzakelijk om het succes te garanderen van haar clementieprogramma. Wanneer de betrokken ondernemingen zouden beschikken over een kopie van de transcripties, dan zouden zij deze eenvoudig kunnen doorspelen aan partijen die een civiele schadevergoedingsprocedure wensen op te starten tegen de clementieverzoekers. Deze gang van zaken zou potentiële clementieverzoekers in de toekomst kunnen weerhouden van het doen van een clementieverzoek.

Hier tegenover staat het belang van de verdediging van de beboete ondernemingen, die in beginsel het recht moeten hebben om de grondslagen van hun veroordelingen zelf volledig te onderzoeken.

Tot slot: vertrouwelijkheid van stukken in civiele en in bestuursrechtelijke mededingingsprocedures

Het vertrouwelijkheidsvraagstuk komt ook aan de orde in de nieuwe EU-Richtlijn verhaal kartelschade: deze Richtlijn bepaalt dat nationale rechters met het oog op schadevorderingen op geen enkel moment een partij kunnen opdragen om toegang te verlenen tot clementieverklaringen.

Deze Richtlijn richt zich echter specifiek op civielrechtelijke schadevergoedingsprocedures. Het is dan ook de vraag in hoeverre het verbod uit deze Richtlijn (en eventuele nationale implementatiewetgeving) doorwerkt in c.q. haar weerslag heeft op de afwegingen van een bestuursrechter omtrent vertrouwelijkheid van stukken in een administratiefrechtelijke handhavingsprocedure.