1. Inleiding

Dit is onze halfjaarlijkse nieuwsbrief over ontwikkelingen op het gebied van het Nederlandse vennootschaps- en ondernemingsrecht. In deze Corporate Update geven wij eerst een overzicht van enkele wetswijzigingen. Verder gaan we in op de stand van zaken van een aantal lopende wetsvoorstellen en tot slot signaleren wij nog enkele overige actualiteiten.

Klik hier voor een printvriendelijke versie van deze Update.

  1. Nieuwe wet- en regelgeving

Wet civielrechtelijk bestuursverbod en Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Op 5 mei 2016 heeft de Eerste Kamer de wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod (34011) en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (33994) als hamerstuk aangenomen. De nieuwe wetten zijn op 1 juli 2016 in werking getreden (Stb. 2016, 205). De beide wetten behoren tot het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht en zijn gericht op fraudebestrijding. Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht.

De Wet civielrechtelijk bestuursverbod zorgt voor een aanpassing van de Faillissementswet. De wet voorziet kort gezegd in de mogelijkheid voor de rechtbank om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon.

De Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude zorgt voor een aanpassing van het Wetboek van Strafrecht. De wet beoogt de wettelijke mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen faillissementsfraude te verbeteren. Een van de maatregelen is het strafrechtelijk sanctioneren van de administratie- en bewaarplicht (artikel 2:10 BW jo. 3:15i BW).

Zie voor meer informatie onze Corporate Alert van 3 juli 2015 over de beide wetsvoorstellen.

Wet deponering in handelsregister langs elektronische weg

Sinds 1 juli 2016 is het uitgangspunt voor deponering in het Handelsregister gewijzigd met de inwerkingtreding van de Wet deponering in handelsregister langs elektronische weg (Stb. 2016, 150). Deze wet bevat een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dat bepaalde bescheiden zoals de jaarrekening, uitsluitend langs elektronische weg mogen worden aangeleverd bij het handelsregister via een uniforme standaard, namelijk Standard Business Reporting (‘SBR’).

De verplichting de jaarrekening te deponeren via SBR zal getrapt worden ingevoerd. Allereerst treedt deze regeling in werking voor micro-ondernemingen en kleine rechtspersonen. Deze ondernemingen moeten de jaarrekening elektronisch deponeren, te beginnen met de jaarrekening die ziet op het boekjaar ingaande op of na 1 januari 2016. Voor middelgrote rechtspersonen gaat deze verplichting een jaar later in, te beginnen met de bescheiden die zien op het boekjaar ingaande op of na 1 januari 2017. Vanwege Europese ontwikkelingen die zien op de wijze waarop deponeren langs elektronische weg moet gaan plaatsvinden voor grote rechtspersonen en middelgrote groepsondernemingen is voor deze laatste groep nog geen tijdstip van inwerkingtreding vastgesteld.

Zie voor meer informatie onze Corporate Alert van 12 januari 2016.

Wet Huis voor Klokkenluiders

Op 1 juli 2016 is de wet Huis voor Klokkenluiders in werking getreden (Stb. 2016, 147 en 148 en Stb. 2016, 196). In deze wet wordt de rechtsbescherming van klokkenluiders geregeld door oprichting van een Huis voor klokkenluiders (het 'Huis'). De nieuwe regeling beoogt een wettelijk raamwerk te bieden voor de melding van ernstige maatschappelijke misstanden. Daarbij is het doel om in het algemeen belang melding van dergelijke misstanden te stimuleren onder meer door het bieden van adequate bescherming aan klokkenluiders. Bij het Huis kunnen individuen zoals werknemers, uitzendkrachten of zzp'ers, melding maken van misstanden binnen de organisatie waarvoor zij werkzaamheden verrichten, indien bij deze misstand het maatschappelijk belang in het geding is.

Onze kantoorgenoten Astrid Helstone, Matthijs Kuijpers en Jeroen Kortmann schreven een preadvies voor de Vereeniging ‘Handelsrecht’ over het wetsvoorstel. Klik hier voor de bijdrage van Astrid Helstone en hier voor de bijdrage van Matthijs Kuijpers en Jeroen Kortmann.

Zie voor meer informatie de Corporate Alert  van 3 juli 2015.

Wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 14 juni 2016 aangenomen. Over het tijdstip van inwerkingtreding van de wet moet nog worden besloten. In deze wet is een reeks voorstellen opgenomen tot wijziging van onderwijswetten ten behoeve van versterking van de bestuurskracht in het onderwijs. De wet introduceert allereerst enkele voorschriften die de positie van bestuurders van onderwijsinstellingen raken. Een samenstel van maatregelen moet bevorderen dat bestuurders van goede kwaliteit worden benoemd, dat sprake zal zijn van een evenwichtige samenstelling van het bestuur en dat bestuurders het vertrouwen genieten van de onderwijsgemeenschap. Enkele andere maatregelen die zien op communicatie moeten het interne en externe toezicht beter toerusten. Verder versterkt de wet op een aantal punten de positie van de medezeggenschapsraad van scholen die vallen onder de Wet medezeggenschap op scholen ('WMS').

Wet Implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik

Op 12 juli 2016 is de wet Implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik (34 455) door de Eerste Kamer aangenomen. De wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. De wet beoogt de Verordening marktmisbruik (EU/596/2014) en de Richtlijn marktmisbruik (2014/57/EU) te implementeren. De huidige bestuursrechtelijke regels ter voorkoming van marktmisbruik vinden hun grondslag in de Richtlijn marktmisbruik 2003 en zijn opgenomen in de Wft (waaronder bijvoorbeeld artikel 5:25i Wft). Deze richtlijn wordt opgevolgd door de rechtstreekse werkende verordening. De wet laat daarom de regels ter voorkoming van marktmisbruik in de Wft vervallen. Verder heeft de wet gevolgen voor de systematiek van de bestuurlijke boete en de openbaarmaking van bestuurlijke sancties.

De Verordening marktmisbruik is met ingang van 3 juli 2016 van toepassing. De verordening brengt op onderdelen aanscherping en verzwaring van het reeds bestaande regelgevend marktmisbruikkader. Voor meer informatie verwijzen wij naar onze Marktmisbruik Alert van mei 2016.

  1. Update wetsvoorstellen

Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen

Op 13 juni 2016 is het wetsvoorstel Bestuur en toezicht rechtspersonen ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel beoogt niet om wijziging te brengen in bestaande bestuurs- en toezichtstructuren bij de verschillende soorten rechtspersonen, maar bevat vooral een verduidelijking van het reeds geldende juridische kader. Voor naamloze en besloten vennootschappen bevat de wet heldere regels voor bestuur en toezicht. Met dit wetsvoorstel wil de Minister duidelijker in de wet aangeven wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van bestuurders en commissarissen bij een vereniging, stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij.

Een belangrijk element van dit wetsvoorstel is dat er voor alle rechtspersonen een wettelijke grondslag komt voor de mogelijkheid tot instelling van een raad van commissarissen. Ook wordt het voor alle rechtspersonen mogelijk om te kiezen voor een monistisch bestuur, dat wil zeggen: een bestuur waarin uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders zitten, en waarbij de niet-uitvoerende bestuurders de toezichthoudende rol vervullen.

Verder wordt voor de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting helderheid verschaft omtrent (i) de uitgangspunten die bestuurders en commissarissen bij de vervulling van hun taak in acht moeten nemen, (ii) de positie van bestuurders en commissarissen met een tegenstrijdig belang en (iii) de regels over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen. Dit gebeurt door de regels die op deze punten al gelden voor de naamloze en de besloten vennootschap, te verplaatsen naar het algemene gedeelte van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

In de wet wordt vastgelegd dat bestuurders en toezichthouders van alle rechtspersonen het belang van de rechtspersoon voorop moeten stellen. Ook wordt voor alle rechtspersonen geregeld dat bestuurders en toezichthouders met een tegenstrijdig belang niet mogen deelnemen aan de beraadslaging en de besluitvorming alsmede dat bestuurders en toezichthouders die hun taak onbehoorlijk vervullen aansprakelijk kunnen zijn voor de daaruit voortvloeiende schade. Ten slotte worden de gronden voor ontslag van slecht functionerende stichtingsbestuurders en -toezichthouders verruimd en ook van toepassing op leden van het toezichthoudend orgaan. 

Wetsvoorstel implementatie richtlijn publicatie niet-financiële informatie en diversiteit (34 383)

Op 5 juli 2016 is het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese richtlijn 2014/95EU over publicatie niet-financiële informatie en diversiteit door de Tweede Kamer aangenomen. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 6 december 2016 hebben geïmplementeerd in hun nationale wetgeving. De nationale bepalingen zullen van toepassing zijn voor het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2017.

Zie voor meer informatie de Corporate Alert van 12 januari 2016.

Wetsvoorstel evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen

Op 1 januari 2016 is de verplichting voor grote vennootschappen om bij benoemingen, voordrachten en het opstellen van een profielschets zoveel mogelijk rekening te houden met een evenwichtige verdeling van zetels van het bestuur en de raad van commissarissen tussen mannen en vrouwen (ten minste 30% vrouwen of mannen) komen te vervallen (artikel 2:166, 276 en 391 lid 7 BW). Volgens de Minister is het echter altijd de bedoeling geweest van de wetgever dat de regeling zou worden gehandhaafd. Om aan deze wens tegemoet te komen is op 23 maart 2016 het wetsvoorstel tot Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het voortzetten van het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen (34 435) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel regelt dat het streefcijfer opnieuw wordt ingevoerd voor de periode tot 1 januari 2020. Het wettelijke streefcijfer vervalt dan wederom automatisch. In het voorjaar van 2017 zal worden bezien of ondernemingen op de goede koers zitten, waarna in 2019 de balans kan worden opgemaakt. In afwijking van de vaste inwerkingtredingsdata van 1 januari en 1 juli dient dit wetsvoorstel spoedig in werking te treden. Het wetsvoorstel ligt nog bij de Tweede Kamer.

Zie voor meer informatie de Corporate Alert van 12 januari 2016.

Wetsvoorstel implementatiewet richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen

Op 28 juni 2016 is het wetsvoorstel implementatiewet richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel strekt tot implementatie van Richtlijn nr. 2014/56/EU betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (PbEU 2014, L 158). Tevens worden aanpassingen voorgesteld in verband met de introductie van de bijbehorende Verordening (EU) nr. 537/2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang (PbEU 2014, L 158). De richtlijn en verordening hebben betrekking op zaken als de scheiding tussen controle- en adviesdiensten, de verplichte kantoorroulatie en de onafhankelijkheid en objectiviteit van de accountant die wettelijke controles uitvoert.

In het wetsvoorstel worden voornamelijk wijzigingen voorgesteld in de Wet toezicht accountantsorganisaties. Ook worden enkele wijzigingen in de Wet op het accountantsberoep, de Wet tuchtrechtspraak accountants, artikel 2:393 lid 5 BW en de Wet bekostiging financieel toezicht voorgesteld. In verband met de implementatie zijn ook aanpassingen nodig in onderliggende besluiten, zoals het Besluit toezicht accountantsorganisaties ('Bta'). De besluiten zullen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.

Zie voor meer informatie de Corporate Alert van 3 juli 2015.

Wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I

Op 21 juni 2016 is het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel maakt onderdeel uit van het overkoepelende Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht waarin wijzigingen van het faillissementsrecht worden voorbereid. Het wetgevingsprogramma bestaat uit drie pijlers, te weten (i) fraudebestrijding; (ii) versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven; en (iii) modernisering van het faillissementsrecht. Het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen I valt onder de tweede pijler en is erop gericht onnodige faillissementen zoveel mogelijk te voorkomen.

Zie voor meer informatie de Corporate Alert van 3 juli 2015.

Wetsvoorstel tot wijziging van de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Op 13 juni 2016 is het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders bij de Tweede Kamer ingediend. De voorgestelde wetswijziging strekt ertoe dat de bevoegdheden van de ondernemingsraad worden uitgebreid bij ondernemingen waarin in de regel ten minste 100 personen werkzaam zijn. Er dient jaarlijks een gesprek tussen de bestuurder en de ondernemingsraad plaats te vinden over de ontwikkeling van de beloningsverhoudingen, inclusief die van het bestuur. Op deze manier wordt gestimuleerd dat er een gesprek tot stand komt binnen de onderneming over de gewenste beloningsverhoudingen.

  1. Overige actualiteiten

Consultatie Corporate Governance Code

Op 11 februari 2016 heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (de 'Commissie') het langverwachte voorstel (het 'Voorstel') voor de nieuwe Corporate Governance Code (de 'Code') ter consultatie voorgelegd. Reacties op het voorstel konden tot 6 april 2016 worden ingediend. De Commissie heeft uiteindelijk meer dan 100 reacties ontvangen. Het doel van de consultatie is om met de verkregen input en bevindingen uit de consultatiefase te komen tot een herziening van de Code. De Code is voor het laatst gewijzigd in 2008. De belangrijkste thema's in het consultatiedocument voor herziening van de Code zijn onder meer: (i) lange termijn waardecreatie, (ii) versteviging van risicomanagement, (iii) effectief bestuur en toezicht en (iv) cultuur en gedrag.

Onze reactie op het Voorstel gaat hierbij. Naast de waardering die we hebben voor het Voorstel hebben wij in onze reactie bij verschillende aan het Voorstel ten grondslag liggende uitgangspunten een vraagteken geplaatst en commentaar gegeven op door de Commissie voorgestelde Principes en Best Practice bepalingen.

Onze consultatiereactie en een selectie van verdere, reeds gepubliceerde consultatiereacties kunt u ook terugvinden op onze Corporate Governance Portal. Op deze Portal kunt u de voortgang van de consultatie en onze activiteiten volgen. 

De Commissie bereidt een integrale tekst van de Code voor die is toegeschreven op one tier boards (het monistisch stelsel, met in het bestuur uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders, waarbij de niet-uitvoerende bestuurders de rol van toezichthouder vervullen). Een nieuwe consultatie zal worden uitgeschreven voor deze one tier board code. Het concept wordt na deze zomer verwacht.