In aannemingsovereenkomsten wordt doorgaans een bepaling opgenomen inhoudende dat meerwerk slechts voor vergoeding in aanmerking komt wanneer dit vooraf schriftelijk is goedgekeurd door opdrachtgever. De Raad van Arbitrage heeft op 10 april 2015 (Raad van Arbitrage voor de Bouw 10 april 2015, nummer 71.923) bepaald dat ondanks een ‘meerwerkbeding’ meerwerk dat niet vooraf schriftelijk is goedgekeurd door opdrachtgever toch door opdrachtgever aan aannemer dient te worden betaald.

Een opdrachtgever en een aannemer hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een ziekenhuis. In de aannemingsovereenkomst is een beding opgenomen dat eventueel meerwerk vooraf schriftelijk moet worden goedgekeurd door opdrachtgever. Door aannemer zijn meerwerkzaamheden uitgevoerd zonder dat deze vooraf schriftelijk zijn goedgekeurd door opdrachtgever. Partijen hebben een geschil over de vraag of de met deze meerwerkzaamheden gepaard gaande kosten door opdrachtgever dienen te worden betaald.

Opdrachtgever stelt de met de meerwerkzaamheden gepaard gaande kosten niet verschuldigd te zijn en beroept zich ter zake op het in de aannemingsovereenkomst overeengekomen ‘meerwerkbeding’ en op het bepaalde in artikel 7:755 BW. Artikel 7:755 BW bepaalt dat, indien een opdrachtgever de uitvoering van meerwerk wenst, de aannemer alleen de kosten hiervan kan vorderen wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van de prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen.

De Raad van Arbitrage oordeelt onder meer dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat opdrachtgever het verweer voert dat zij als opdrachtgever geen schriftelijke opdrachten voor het meerwerk heeft gegeven en de wijze van het indienen van de meerwerkclaims niet zou voldoen aan het bepaalde in artikel 7:755 BW. Zij legt daaraan kort gezegd het volgende ten grondslag.

Ten tijde van de totstandkoming van de opdracht was er nog geen nauwkeurig bestek en/of nauwkeurige omschrijving van het werk en daarmee heeft opdrachtgever onder meer bewust het risico genomen dat meerwerkzaamheden zouden moeten worden verricht. Aannemer heeft voorafgaand aan, dan wel ten tijde van de uitvoering van de (meer)werkzaamheden offertes en/of onderbouwingen van de meerwerkzaamheden aan opdrachtgever verstrekt. Opdrachtgever heeft deze gegevens zonder (uitdrukkelijk) protest behouden en heeft nimmer ingegrepen in de uitvoering van de betreffende (meer)werkzaamheden.

Het blijft gezien deze uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw, ondanks een overeengekomen ‘meerwerkbeding’, altijd van belang alert te zijn op meerwerk en de mogelijke daaruit voortvloeiende kosten (afhankelijk van de omstandigheden van het geval). Wees daarop bedacht!