De regulering van klein- en grootschalige evenementen houdt al jaren de bestuursrechtelijke gemoederen bezig. Dat zal met de steeds veranderende regelgeving nog wel even zo blijven. De nieuwste ontwikkeling is de schrapping van de bevoegdheid om voor evenementen een omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12 lid 1, aanhef en onder a, sub 2 van de Wabo (de “kruimelgevallenregeling”).

Incidentele afwijkingen van het bestemmingsplan

De kruimelgevallenregeling bood een oplossing voor de problematiek van de zogenaamde incidentele afwijkingen van het bestemmingsplan. Het gaat om activiteiten zoals schuurfeesten, openluchtconcerten, festivals, braderieën, sporttoernooien en processies. Omdat deze evenementen incidenteel van aard zijn en doorgaans van korte duur werd het in het verleden vaak overbodig (en misschien ook overdreven) geacht om daarvoor een aparte planologische procedure te doorlopen. Dit mede omdat planologische besluiten bedoeld zijn om  (semi-)permanente functiewijzigingen door te voeren. Helaas vond deze praktische benadering niet altijd genade in de ogen van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State. Zij heeft in diverse uitspraken overwogen dat een bestemmingsplan zich bij wijze van uitzondering niet tegen kortdurend en incidenteel gebruik van een terrein in strijd met het bestemmingsplan verzet, maar dat in het te beoordelen geval geen sprake was van zo een uitzonderlijk, kortdurend en incidenteel gebruik.

De evenementen-omgevingsvergunning voor onbepaalde duur

Onderdeel 8 van artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (opvolger van artikel 4.1.1 onderdeel h van het Besluit ruimtelijke ordening) onderving dit probleem door het verlenen van toestemming voor evenementen bij reguliere omgevingsvergunning mogelijk te maken. Dit overigens wel met de beperking van een maximum van drie evenementen per jaar en een duur van ten hoogste 15 dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen. Een prima regeling, zou je denken. Op het eerste gezicht wekt het dan ook verbazing dat deze nu uit bijlage II van het Bor is geschrapt. De regering denkt daar echter anders over.

De container-omgevingsvergunning voor 10 jaar

Volgens de regering zijn de gevallen die voorheen onder onderdeel 8 vielen opgegaan in het nieuwe onderdeel 11 (nota van toelichting bij het Besluit van 4 september 2014, Stb. 2014, 333, p. 54). Onderdeel 11 geeft een zeer algemene bevoegdheid om met een reguliere omgevingsvergunning toestemming te verlenen voor “ander gebruik van gronden en bouwwerken” in afwijking van het bestemmingsplan voor een termijn van ten hoogste tien jaren. Ik kan deze gedachtegang van de regering moeilijk volgen. Enerzijds worden alle beperkingen aan frequentie en duur van het te vergunnen evenement losgelaten, terwijl anderzijds de voorheen voor onbepaalde tijd geldende vergunning nu in tijd wordt beperkt tot maximaal tien jaar. De vergunning voor periodieke evenementen wordt zo op één hoop gegooid met die voor tijdelijke asielzoekerscentra, scholen en supermarkten. Daarbij heeft de regering expliciet aangegeven dat het niet mogelijk is na afloop van die tien jaar opnieuw een omgevingsvergunning op deze grondslag te verlenen. Dit zal dus ongetwijfeld weer nieuwe evenementenjurisprudentie gaan opleveren.