In gelijkluidende uitspraken van 15 januari jl. heeft de voorzieningenrechter van het CBb de door de NZa aan VGZ, Zilveren Kruis en CZ gegeven aanwijzingen geschorst, omdat die aanwijzingen onzorgvuldig tot stand waren gekomen en willekeurig zijn opgelegd.

Na telefonisch onderzoek door TNS NIPO gaf de NZa afgelopen december enkele (groepen van) zorgverzekeraars een aanwijzing op grond waarvan zij uiterlijk per 15 januari 2016 minimaal 90% van de hun telefonisch gestelde vragen juist dienden te beantwoorden.

Zorgverzekeraars VGZ, Zilveren Kruis en CZ maakten de gang naar de voorzieningenrechter, omdat zij twijfelden aan de juistheid en zorgvuldigheid van het belonderzoek en de wijze van vaststellen en toepassen van de ‘90 procentnorm’ door de NZa.

De voorzieningenrechter is het met de zorgverzekeraars eens dat de aanwijzingen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. In dat oordeel weegt onder meer zwaar mee dat de NZa niet beschikt over de antwoorden die de zorgverzekeraars tijdens het belonderzoek hebben gegeven. Aldus valt het onderzoek van TNS NIPO niet te controleren. Dat levert een schending van verdedigingsbelangen op en is bovendien in strijd met de wet, aldus de voorzieningenrechter. Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat de NZa willekeurig handhaaft, omdat individuele verzekeraars met gelijke scores door de NZa ongelijk zijn behandeld.

De voorzieningenrechter schorst de aanwijzingen van de NZa tot zes weken na de beslissingen op bezwaar.