Het louter verrichten van backoffice diensten aan een verzekeraar is niet vrijgesteld van btw. Dat oordeelt het Hof van Justitie (“HvJ”) op 17 maart 2016 in de zaak Aspiro SA (C-40/15). Deze zaak gaat over de toepassing van de btw-vrijstelling voor (her)verzekerings- handelingen en daarmee samenhangende diensten van assurantiemakelaars of verzekeringstussenpersonen.

Situatie

Een verzekeraar heeft de volledige schadeafwikkeling bij een door hem verzekerde gebeurtenis uitbesteed aan Aspiro. De werkzaamheden van Aspiro bestaan onder meer uit het in ontvangst nemen van schadeaangiften, uitvoeren van schadeonderzoek, contact opnemen met de verzekerden, opstellen van rapportages en schadeverslagen en het afwikkelen van de schadeclaims wat inhoudt dat zij beslist over de schadevorderingen.

De vraag is of de diensten van Aspiro onder de vrijstelling voor (her)verzekeringshandelingen en daarmee samenhangende diensten van assurantiemakelaars of verzekeringstussenpersonen vallen.

Uitspraak HvJ

Voor het HvJ is evident dat de werkzaamheden van Aspiro niet kwalificeren als vrijgestelde (her)verzekeringshandelingen. Aspiro neemt namelijk geen risico’s over van de verzekeraar of de verzekerden. Vervolgens rijst de vraag of de werkzaamheden kunnen worden aangemerkt als met (her)verzekering samenhangende diensten verricht door assurantiemakelaars of verzekeringstussenpersonen.

Volgens het HvJ kan de afwikkeling van schadegevallen in principe kwalificeren als een met (her)verzekering samenhangende dienst. Om de vrijstelling te kunnen toepassen is tevens noodzakelijk dat de samenhangende diensten verband houden met de aard van het beroep van assurantiemakelaars of verzekeringstussenpersonen. Die aard bestaat – naar de mening van het HvJ – uit het zoeken naar nieuwe klanten en deze in contact brengen met de verzekeraar, met het uiteindelijke doel dat tussen deze partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand komt. Uit de feiten blijkt echter dat Aspiro niet op zoek gaat naar nieuwe klanten, maar dat zij louter de schadeafwikkeling verzorgt. Het HvJ oordeelt daarom dat Aspiro de vrijstelling niet kan toepassen op haar diensten zodat zij daarover btw in rekening moet brengen. Deze btw zal voor de verzekeraar meestal niet, of slechts in beperkte mate aftrekbaar zijn.

Deze uitkomst is in lijn met het arrest Arthur Andersen (C-472/03). In dat arrest oordeelde het HvJ namelijk dat backoffice diensten die een verzekeraar uitbesteedt aan een derde niet onder de vrijstelling vallen. In het arrest JCM Beheer (C-124/07) werd de vrijstelling daarentegen wel van toepassing geacht op diensten van een onderaannemer van een verzekeringstussenpersoon. De diensten van de onderaannemer bestonden in de JCM Beheer-zaak enerzijds uit het zoeken van nieuwe klanten en anderzijds uit verschillende backoffice diensten.

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Het HvJ lijkt hiermee definitief de deur te hebben dichtgeslagen voor de vrijstelling in de situatie waarin louter backoffice diensten – waaronder schadeafwikkeling – worden verricht aan een verzekeraar. Als een derde naast het verrichten van backoffice diensten ook op zoek gaat naar nieuwe klanten, kan de vrijstelling mogelijk wel (voor een deel) van toepassing zijn op de backoffice diensten. In hoeverre die backoffice diensten dan zijn vrijgesteld, zal per geval moeten worden beoordeeld.