Vanaf 1 juli 2015 gaat de verplichte transitievergoeding gelden. De transitievergoeding is verschuldigd door de werkgever aan de werknemer die ten minste 24 maanden in dienst is geweest en waarbij het dienstverband wordt beëindigd op initiatief van werkgever of als de werkgever een ernstig verwijt treft ten aanzien van de beëindiging. De transitievergoeding houdt geen rekening met eventuele (aanvullende) vergoedingen of voorzieningen waarop de werknemer bij einde dienstverband aanspraak maakt op grond van eerdere afspraken. In dat kader heeft de wetgever op 23 april 2014 het "Besluit overgangsrecht transitievergoeding" gepubliceerd.[1] Dit besluit zal in werking treden vanaf 1 juli 2015 en kent geen einddatum, behoudens de uitzondering die ik hierna zal bespreken.

Het besluit komt in het bijzonder werkgevers tegemoet. Er wordt voorkomen dat werkgevers dubbel moeten betalen bij een samenloop tussen de transitievergoeding en een beëindigingsafspraak die is aangegaan vóór 1 juli 2015. Onder beëindigingsafspraak valt zowel een (ontslag)vergoeding als een voorziening die ziet op om- of bijscholing, een outplacementtraject of een wachtgeldregeling.

Het besluit onderscheidt twee soorten beëindigingsafspraken: een collectieve afspraak en een andersoortig overeengekomen afspraak. Een collectieve afspraak is een afspraak die is gesloten tussen de werkgever/verenigingen van werkgevers en vakbonden en betreft bijvoorbeeld (de nawerking van) een CAO of een sociaal plan. Een andersoortig overeengekomen afspraak zoals bedoeld in het besluit kan voortvloeien uit een individuele afspraak tussen de werkgever en de werknemer (bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst), alsmede uit een afspraak in een sociaal plan dat is gesloten tussen de werkgever en een OR.

Collectieve beëindigingsafspraak in plaats van de transitievergoeding

Bij collectieve afspraken die zijn gesloten vóór 1 juli 2015 geldt als hoofdregel dat deze bij het einde van het dienstverband van de werknemer voorrang hebben op de transitievergoeding. Er is in dat geval uitsluitend de collectief overeengekomen beëindigingsafspraak verschuldigd.

Op deze hoofdregel bestaat uiteraard een uitzondering. De transitievergoeding blijft onder meer verschuldigd als dit expliciet is overeengekomen in de collectieve afspraak of vanaf het moment dat de collectieve afspraak na 1 juli 2015 inhoudelijk wijzigt. Verder is het vooral belangrijk dat werkgevers zich ervan bewust zijn dat deze regel vervalt ná 1 juli 2016. Als de collectieve afspraken voor deze datum niet zijn aangepast of zijn komen te vervallen, maakt een werknemer alsnog aanspraak op een dubbele vergoeding.

Transitievergoeding óf andersoortig overeengekomen beëindigingsafspraak

Bij een andersoortig overeengekomen afspraak geldt als hoofdregel dat de werknemer een keuzemogelijkheid heeft: óf de transitievergoeding óf de andersoortig overeengekomen afspraak. De transitievergoeding is uitsluitend verschuldigd als de werknemer schriftelijk afstand doet van de andersoortig overeengekomen afspraak.

De werkgever heeft in dat kader een informatieplicht en zal de werknemer bij het einde van het dienstverband moeten informeren over de keuzemogelijkheid zodat de werknemer ook een keuze kan maken. De werkgever dient de werknemer te wijzen op (i) de consequenties van zijn keuze, (ii) de termijn van vier weken waarin de werknemer zijn keuze kenbaar moet maken, (iii) de hoogte van de transitievergoeding waar de werknemer recht op heeft en (iv) de beëindigingsafspraak waar de werknemer aanspraak op kan maken op grond van de andersoortig overeengekomen afspraak. Als de werknemer geen keuze maakt binnen vier weken, dan vervalt het recht op een transitievergoeding en geldt de andere afspraak.

De wetgever heeft hierbij opgemerkt dat de werknemer moet worden beschermd als de werkgever de werknemer niet of onjuist informeert. Zolang de werkgever geen informatie verstrekt, behoudt de werknemer recht op een dubbele vergoeding en als de werkgever onjuiste informatie verstrekt kan de werknemer onder omstandigheden zijn gemaakte keuze achteraf vernietigen. Hoewel niet verder is uitgewerkt hoe dit in de praktijk invulling zal krijgen, verdient het voor de werkgever aanbeveling om de werknemer tijdig te informeren, zodat discussies achteraf worden vermeden.

Voor deze hoofdregel gelden eveneens uitzonderingen. Onder meer voor situaties waarin zowel een beëindigingsafspraak voortvloeit uit een collectieve afspraak als uit een andersoortig overeengekomen afspraak overeengekomen. De werknemer heeft in dat geval recht op beiden, maar kan nimmer aanspraak maken op een transitievergoeding.

Resumerend

Dit besluit verschaft aanknopingspunten voor werkgevers en werknemers die naast de transitievergoeding nog gebonden zijn aan lopende beëindigingsafspraken. Dubbele vergoedingen voor de werknemer zijn daarmee voorlopig van de baan, behoudens enkele uitzonderingen. De werkgever moet er wél op bedacht zijn dat er onder omstandigheden een informatieplicht geldt en dat de collectieve afspraken vervallen per 1 juli 2016. De werkgever en verenigingen van werkgevers hebben tot 1 juli 2016 de tijd om de collectieve afspraken desgewenst aan te passen. Als dit niet gebeurt of als een werknemer niet wordt geïnformeerd, kan de werknemer alsnog aanspraak maken op een dubbele vergoeding. De regel geldende bij de samenloop tussen de transitievergoeding en de andersoortig overeengekomen beëindigingsafspraak kent geen einddatum.