CIVIEL

Boskalis / Fugro: geen berusting

Volgens Fugro is het cassatieberoep van Boskalis niet-ontvankelijk wegens berusting (art. 400 Rv). Uit een nieuwsbericht blijkt immers dat Boskalis had aangegeven geen cassatieberoep te zullen instellen. Volgens de HR is van berusting geen sprake. Daarvoor is namelijk vereist dat de in het ongelijk gestelde partij hetzij een verklaring tot de wederpartij richt dat zij zich bij de uitspraak neerlegt, hetzij een houding jegens de wederpartij inneemt waaruit dat ondubbelzinnig blijkt. Het een noch het ander is het geval.

ECLI:NL:HR:2017:412

CIVIEL

Gemengde overeenkomst en huurbescherming

Op basis van één overeenkomst huurt eiseres van de Staat een kasteelrestaurant en verleent zij hem cateringdiensten. Wanneer de Staat de overeenkomst wil beëindigen, beroept eiseres zich op huurbescherming. De HR oordeelt dat het hof, na te hebben vastgesteld dat de overeenkomst zowel kenmerken van huur als van een overeenkomst van opdracht bevat, terecht eerst heeft onderzocht of deze kan worden gesplitst, in welk geval art. 6:215 BW buiten toepassing zou blijven. Het hof kon na ontkennende beantwoording van die vraag en nu de regels omtrent opzegging van een huurovereenkomst met die van een overeenkomst van opdracht onverenigbaar zijn, oordelen dat eiseres geen huurbescherming toekomt omdat de cateringdiensten in deze overeenkomst centraal staan.

ECLI:NL:HR:2017:405

CIVIEL

Processueel ondeelbare rechtsverhouding

De HR geeft regels voor een geding over een processueel ondeelbare rechtsverhouding in een dagvaardingsprocedure. Deze regels komen overeen met hetgeen in de verzoekschriftprocedure reeds gold. De HR komt terug van eerdere rechtspraak door te oordelen dat niet enkel in eerste aanleg maar ook in volgende instanties steeds alle bij de rechtsverhouding betrokken partijen in het geding betrokken moeten worden.

ECLI:NL:HR:2017:411

FISCAAL

Relatieve omvang ontwikkelingsactiviteiten niet beslissend voor toepassing BOF

Belanghebbenden houden tezamen met hun vader de aandelen in een BV die onroerende zaken exploiteert en ontwikkelt. Na het overlijden van vader verkrijgen belanghebbenden uit de nalatenschap zijn aandelen in de BV. In geschil is of de BV een onderneming drijft waardoor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) van toepassing is op de verkregen aandelen. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is nu de relatieve omvang van de ontwikkelingsactiviteiten ten opzichte van de verhuuractiviteiten te beperkt is. De HR oordeelt echter dat beslissend is of de ontwikkelingsactiviteiten op zichzelf bezien een onderneming vormen.

ECLI:NL:HR:2017:396