In een recent arrest van 22 juni 2016 (hier te lezen), heeft het Europese Hof van Justitie belangrijke dingen bepaald voor de houders van licenties op Gemeenschapsmodellen.

Optreden tegen inbreuk

Ten eerste oordeelt het Europese Hof dat houders van een licentie op een Gemeenschapsmodel een vordering wegens inbreuk kunnen instellen, óók als hun licentie niet is ingeschreven in het register van Gemeenschapsmodellen.

Soortgelijk had het Europese Hof van Justitie in februari van dit jaar ook al geoordeeld ten aanzien van Uniemerken (lees hier). Hoewel de beslissing dus bepaald niet onverwacht is gegeven voormeld arrest en de analoge bepalingen in de Uniemerkenverordening en de Gemeenschapsmerkenverordening, is het wel zo prettig dat dit nu ook vastligt voor houders van licenties op Gemeenschapsmodellen.

Schade vorderen

De Gemeenschapsmodellenverordening geeft licentiehouders in ieder geval het recht tussen te komen in een in de procedure die de houder van het Gemeenschapsmodel heeft aangespannen, om vergoeding van de schade te vorderen die de licentiehouders zelf hebben geleden (artikel 32 lid 4).

Het Europese Hof heeft nu geoordeeld dat licentiehouders óók in het kader van door henzelf ingestelde vorderingen wegens inbreuk vergoeding kunnen vorderen van de schade die zij zelf als gevolg van de inbreuk hebben geleden.

Dit geldt alleen in de volgende situaties:

  1. de exclusieve of niet-exclusieve licentiehouder hebben toestemming van de houder van het Gemeenschapsmodel om de inbreukvordering in te stellen
  2. de exclusieve licentiehouder heeft de houder van het Gemeenschapsmodel aangespoord een inbreukvordering in te stellen, maar die heeft dit niettemin niet binnen redelijke termijn gedaan

In de voormelde situaties hoeven de betrokken licentiehouders dus niet af te wachten totdat de houder van het Gemeenschapsmodel een procedure entameert en kunnen zij zelf achter schadevergoeding aan.