Tot 30 april 2015 kunt u een reactie geven op twee concept-regelingen die de subsidie- en vergunningverlening voor de bouw en exploitatie van windparken op zee mogelijk maken. De belangrijkste punten uit de regelingen zijn de volgende:

Concept Regeling windenergie op zee 2015

Deze regeling werkt uit aan wie de subsidie zal worden verleend voor de realisatie van de eerste twee kavels van het windenergiegebied Borssele (kavel I en II). In de regeling staat onder meer:

  • Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tot 31 maart 2016 om 17:00 uur.
    Mocht de regeling pas na 3 maart 2016 in werking treden dan eindigt de indieningstermijn op de vijfde donderdag na inwerkingtreding.
    De aanvraagperiode start de dag na inwerkingtreding van de regeling. Deze is voorzien voor 1 december 2015 of later als het kavelbesluit dan nog niet in werking is getreden. De aanvraagperiode van vier maanden is volgens de minister voldoende, omdat aanvragers door deze consultatie en tijdige publicatie al op de hoogte zijn en hun aanvragen kunnen voorbereiden.
  • Iedere aanvrager kan maximaal drie aanvragen indienen: één voor kavel I, één voor kavel II en één gebundelde aanvraag voor beide kavels.
  • Om voor subsidie in aanmerking te komen moet het nominale vermogen per kavel ten minste 351 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie en ten hoogste 380 MW zijn. De aanvraag wordt, naast de weigeringsgronden opgenomen in artikel 14 van de Wet windenergie op zee, geweigerd als heteigen vermogen van de aanvrager kleiner is dan 5% van de totale investeringskosten. Het inzicht in het eigen vermogen moet worden aangetoond door verstrekking van het meest recente jaarverslag.
  • De subsidieaanvragen zullen worden gerangschikt per kavel op basis van het tenderbedrag voor dat kavel. Er is dus sprake van een subsidietender waarbij de partij die de minste subsidie nodig heeft, de subsidie krijgt. Als meerdere aanvragen als hoogste worden gerangschikt zal worden geloot.
    Voor beide kavels wordt een separate rangschikking gemaakt. Een gebundelde aanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als het tenderbedrag voor elk van de kavels gelijk aan of lager dan het tenderbedrag van de hoogst gerangschikte separate aanvraag voor dat kavel is. Als meerdere gebundelde aanvragen voor beide kavels hoger worden gerangschikt dan de hoogst gerangschikte niet-gebundelde aanvraag, wordt de onderlinge rangschikking van die gebundelde aanvragen bepaald op basis van het gemiddelde tenderbedrag per kWh van de desbetreffende aanvragen.
  • In de regeling wordt een maximum tenderbedrag, de basiselektriciteitsprijs en het maximale aantalvollasturen vastgesteld. Deze zijn in het concept nog niet ingevuld. Tijdens de workshop die op 30 maart 2015 door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werd gegeven is aangegeven dat op dat moment gedacht werd aan een maximum tenderbedrag van €123/MWh en een basiselektriciteitsprijs van €29/MWh.
  • De subsidiebeschikking wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen vier weken een bankgarantie van €5 miljoen wordt gesteld.
  • De subsidiebeschikking wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten overeenkomstig het concept dat als bijlage aan de regeling is aangehecht. Hierin staat onder meer:
    • Naast bovenstaande bankgarantie moet binnen 12 maanden een bankgarantie van €25 miljoen worden gesteld.
    • Daarnaast bevat de uitvoeringsovereenkomst een boetebepaling. Zo verbeurt de initiatiefnemer boetes als het windpark niet tijdig in gebruik wordt genomen.
    • In de uitvoeringsovereenkomst is verder bepaald dat als het kavelbesluit wordt gewijzigd als gevolg van een beroepsprocedure, de initiatiefnemer zonder boete kan verzoeken om intrekking van de subsidiebeschikking.
    • De initiatiefnemer kan geen rechten ontlenen aan de door de Staat beschikbaar gestelde onderzoeksrapportages.
    • Het aanvangen van de bouw voordat het kavelbesluit onherroepelijk is geworden, geschiedt voor rekening en risico van de initiatiefnemer.
  • De subsidie wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.
    Op verzoek van de subsidieontvanger kan bepaald worden dat het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor maximaal vijf gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de startdata zit een periode van tenminste twee maanden.
    Als in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, kan het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt worden opgeteld. Als in een jaar meer kWh is geproduceerd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kWh dat in een vorig jaar minder is geproduceerd reeds is opgeteld, kan het verschil in kWh bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar worden opgeteld.
  • De subsidieontvanger moet het windpark binnen vijf jaar na de datum van de subsidieverleningsbeschikking in gebruik nemen.
    Als het kavelbesluit later onherroepelijk wordt dan de datum van de subsidieverleningsbeschikking geldt als termijn vijf jaar na het onherroepelijke kavelbesluit.
    Het uitgangpunt is dat de windparken binnen vier jaar operationeel moeten zijn. Daar wordt de aanvraag ook op beoordeeld. De termijn van vijf jaar biedt ruimte voor eventuele onvoorziene omstandigheden.
  • Ten slotte bevat de regeling een aantal wijzigingen in de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. De subsidieaanvraag moet namelijk aan zowel de eisen uit de conceptregeling als uit die Algemene uitvoeringsregeling voldoen. In deze Algemene regeling staan ook (jaarlijkse) rapportageverplichtingen.

Concept Uitvoeringsregeling Wet windenergie op zee 2015

De uitvoeringsregeling geeft nadere invulling aan enkele criteria die in de Wet windenergie op zee zijn gesteld voor de verlening van de windvergunning. Uit deze uitvoeringsregeling blijkt dat bij de beoordeling wordt gekeken naar:

  • De financiële haalbaarheid:
    inzicht moet worden gegeven in het eigen vermogen van de aanvrager;
  • Of binnen vier jaar nadat de vergunning onherroepelijk geworden is, gestart kan worden met de bouw:
    een uitgewerkt tijdschema dat de volgende gedateerde ijkmomenten bevat: (i) het verstrekken van de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie; (ii) de aanvang van de bouw van de productie-installatie; (iii) de aanvang van de productie van hernieuwbare elektriciteit; en (iv) de datum waarop de periode waarover subsidie wordt verstrekt moet aanvangen;
  • De economische haalbaarheid:
    • een exploitatieberekening die ten minste bevat: (i) een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie; (ii) een overzicht van alle kosten- en baten van de productie-installatie; en (iii) een berekening van het projectrendement over de subsidielooptijd; en
    • een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, waarbij gebruik wordt gemaakt van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en dat tenminste bevat: (i) de technische specificaties van de beoogde windturbines (merk, type, ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve), en (ii) een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie op jaarbasis van het windpark.

De Wet windenergie op zee vereist voorts dat een vergunningaanvraag ook uitvoerbaar en technisch haalbaar moet zijn. Uit de toelichting bij de ontwerpregeling blijkt dat deze criteria niet verder worden uitgewerkt, omdat verwacht wordt dat de te stellen bankgaranties ervoor zullen zorgen dat alleen serieuze aanvragen worden ingediend.

Voor alle duidelijkheid, indien meerdere vergunningsaanvragen voldoen aan de geldende vereisten, wordt de vergunning verleend aan de aanvrager aan wie subsidie wordt verleend, of te wel aan de winnaar van de subsidietender (artikel 21 Wet windenergie op zee).

In de toelichting bij de regeling wordt verder gesteld dat bij de aanvraag om de windvergunning slechts de technische specificaties van de beoogde windturbines (merk, type, ashoogte en rotordiameter) overgelegd hoeven te worden. Pas in een latere fase (voorafgaand aan de bouw) moet de vergunninghouder gegevens over de locatie en het ontwerp van de turbines indienen (op grond van – het nog niet in werking getreden –artikel 6.16d Waterbesluit).

Ten slotte blijkt uit de conceptregeling dat geen leges zullen worden geheven voor de vergunningverlening. Ook de overige door de Staat gemaakte kosten (bijvoorbeeld voor de benodigde onderzoeken voor het kavelbesluit) zullen (vooralsnog) niet worden doorbelast aan de uiteindelijke vergunninghouder.

Afronding

Met de conceptregelingen is weer een stap gezet die de snelle uitrol van windparken op zee mogelijk moet maken.

Mocht u van mening zijn dat de concepten nog wijziging behoeven dan is dit het moment om een reactie in te dienen. Het indienen van een reactie is mogelijk tot 30 april a.s. via deze website:https://www.internetconsultatie.nl/.

Ten slotte willen wij benadrukken dat de aanvraagperiode voor de subsidie en vergunning voor de Borssele-kavels tussen de 4 weken en 4 maanden zal liggen. De Staat gaat er namelijk vanuit dat geïnteresseerde partijen nu reeds kennis nemen van alle beschikbare informatie die is te vinden op https://rvothema4.pleio.nl/ en zich op deze wijze al voorbereiden op de naderende tender.