Op Prinsjesdag is voorgesteld om het terugvragen van reeds afgedragen btw op oninbare vorderingen eenvoudiger te maken. Daarnaast is voorgesteld om het recht op teruggaaf eerder in de tijd toe te kennen.

Wanneer afnemers facturen niet (tijdig) betalen of zelfs omvallen - hetgeen de afgelopen jaren helaas steeds vaker is voorgekomen - kan het terugdraaien van de btw de schade enigszins beperken. Dit geldt voor allerlei sectoren en niet in de minste plaats in de automotive sector.

De belangrijkste aspecten van het voorstel zijn:

  • Het recht op teruggaaf ontstaat in ieder geval als een factuur één jaar na het opeisbaar worden nog niet is betaald.
  • Voor zover een oninbare vordering later alsnog wordt voldaan, wordt de reeds teruggegeven btw opnieuw verschuldigd.
  • Het terug te geven bedrag kan verwerkt worden in de periodieke btw-aangifte. Het is dus niet meer nodig om een afzonderlijk verzoek in te dienen.
  • Indien een vordering wordt overgedragen (bijvoorbeeld in het kader van factoring), treedt de overnemer voor de teruggaafregeling in de voetsporen van de verkoper. Bij een dergelijke overname zal de overnemer - indien recht op teruggaaf bestaat - nog wel een afzonderlijk verzoek moeten indienen. Daarvoor geldt het mechanisme van terugvragen via de aangifte niet.

Door een overgangsregeling zullen de nieuwe regels ook gelden voor opeisbare vorderingen van vóór 1 januari 2017, met dien verstande dat de termijn van één jaar begint te lopen op 1 januari 2017.