​Per 1 mei is de VAR, waarmee ZZP-ers opdrachtgevers vrijwaren van loonheffingen, afgeschaft en geldt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA). Opdrachtgevers moeten nu zelf hun arbeidsrelatie met een opdrachtnemer beoordelen. Om fiscale schade te voorkomen moet dit zorgvuldig gebeuren. Dit is ook van belang in de zorg, in ieder geval voor zzp-ers die met WTZi-instellingen contracteren en voor toezichthouders.

ZZP-ers in de zorg

In de zorg zijn veel ZZP-ers actief, bijvoorbeeld in de thuiszorg. Er is onzekerheid ontstaan over de vraag of de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en de Wet DBA wel goed op elkaar aansloten. Dit houdt verband met de allocatie van de eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg bij de WTZi-instelling. Wanneer een ZZP-er in opdracht van een instelling werkt, zou hij vanuit fiscaal perspectief onvoldoende verantwoordelijk zijn voor zijn eigen werk. Staatssecretaris Van Rijn heeft die vrees weggenomen. Volgens Van Rijn heeft de ZZP-er onder de Wkkgz een eigenstandige verantwoordelijkheid.

Dat neemt niet weg dat ook voor de ZZP-er in de zorg geldt dat van werken buiten dienstbetrekking alleen sprake is als dit volgt uit de feiten en omstandigheden. Als een ZZP-er werkt in opdracht van een zorginstelling, kan er alleen sprake zijn van werken buiten dienstbetrekking als die zorgverlener voor meerdere opdrachtgevers (zorginstellingen) werkt. Een zorgverlener die voor één instelling aan meerdere cliënten zorg verleent, zal – naar de mening van Belastingdienst – niet buiten dienstbetrekking werken.

Om de toepassing van de Wet DBA te vereenvoudigen, kan gebruik gemaakt worden van door de Belastingdienst beoordeelde modelovereenkomsten. Er is tot op heden één modelovereenkomst goedgekeurd: de Raamovereenkomst Zorginstelling – Zorgverlener die van toepassing is op thuiszorg via een zorginstelling. Daarin is bepaald dat de ZZP-er vrij is te bepalen op welke wijze de zorg die hij levert wordt verleend. Hoe dat zich verhoudt tot de verplichting uit de Wkkgz dat de ZZP-er zich moet laten leiden door de op de zorgaanbieder rustende wettelijke verplichting en de regels die de zorgaanbieder heeft gesteld omtrent de zorgverlening, is wat ons betreft een aandachtspunt.

Toezichthouders met een VAR

Ook zelfstandige toezichthouders met een VAR krijgen te maken met de gevolgen van de wet DBA. Anders dan de VAR, zet deze wet de fictieve dienstbetrekking voor toezichthouders niet opzij. Daarom zouden toezichthouders vanaf 1 mei 2016 via de salarisadministratie van de rechtspersoon waarvoor de toezichthoudende werkzaamheden worden verricht, verloond moeten worden. Per 1 januari 2017 is een wetsvoorstel aangekondigd om deze fictieve dienstbetrekking af te schaffen. Vooruitlopend daarop kunnen in de periode tussen 1 mei 2016 en 1 januari 2017 de toezichthouder en de betrokken rechtspersoon er vrijwillig voor kiezen om deze fictieve dienstbetrekking buiten beschouwing te laten en geen loonheffing in te houden.

Tot slot

Tot 1 mei 2017 geldt een overgangsperiode waarin opdrachtgevers en zzp-ers de inspanningsverplichting hebben om hun contracten en werkwijze tegen het licht te houden en zo nodig aan te passen. De Belastingdienst houdt dan wel toezicht, maar zal terughoudend zijn in de handhaving, als opdrachtgevers aantonen actief bezig te zijn orde op zaken te stellen.