In een arrest van 17 november 20151 spreekt het Hof van Beroep te Gent (correctioneel) zich uit over de vraag of het aanbieden van een reispakket inclusief een forfaitaire annuleringsverzekering tot beloop van een vast bedrag door Jetair nv een verboden gezamenlijk aanbod uitmaakt in de zin van artikel VI.82 WER.

Zoals bekend zijn gezamenlijke aanbiedingen waarbij minstens één bestanddeel een financiële dienst uitmaakt verboden behoudens specifieke uitzonderingen (art. VI. 82 WER). Het Hof oordeelt dat verzekeringen, zowel de individuele als de collectieve, zonder meer als “financiële diensten” moeten worden beschouwd, ook al worden ze door een touroperator/reisbemiddelaar, zoals Jetair nv, samen met een contract tot reisorganisatie in één pakket aangeboden. Dergelijke annuleringsverzekering is volgens het Hof geen “toeristische dienst” in de zin van de wet van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling

Het materieel bestanddeel van de overtreding in hoofde van Jetair nv is dus aanwezig . Het verbod op een gezamenlijk aanbod wordt strafrechtelijk slechts gestraft in zover de overtreding te kwade trouw werd gepleegd. Het Hof meent dat het begrip kwade trouw meer inhoudt dan het louter wetens en willens stellen van de handeling doch dat ook de algemene draagwijdte en het specifieke karakter van de overtreden wetgeving in acht moet worden genomen alsook bijkomende factoren zoals onder andere marktverstoring, prijsversluiering, keuzevrijheid en bescherming van de consument.

Het Hof erkent dat, in onderhavig geval, de keuzevrijheid van de klant van een pakketreis op zich niet beperkt werd door het aanbieden van slechts een beperkte dekking. De consument kan een bijkomende of globale reisverzekering afsluiten. Het Hof achtte eveneens dat in zover de kost van de dekking (tot beloop van een beperkt bedrag) volledig door Jetair nv wordt gedragen en de klant dus effectief enkel de voordelen van een gratis dekking geniet er geen sprake zou zijn van prijsversluiering. Verder acht het Hof dat er niet werd aangetoond dat er sprake zou zijn van marktverstoring omdat de annuleringsverzekering geen branchevreemd product in de reissector is. Bovendien acht het Hof dat het niet uitgesloten is dat een dergelijk aanbod op een wijze zou worden geformuleerd die wel in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen waardoor er niet beweerd kan worden dat het aanbod van Jetair nv de verzekeringsmarkt zou ontregelen. Tenslotte stelt het Hof vast dat, gelet op het feit dat de praktijk goed ingeburgerd is, een doorsnee consument in de reissector het gelijktijdig aanbieden van een (beperkte) annuleringsverzekering met een reis niet als determinerend zal beschouwen waardoor het onwaarschijnlijk lijkt dat dit zijn aankoopbeslissing zal beïnvloeden. Gelet op het bovenstaande is het Hof dan ook de mening toegedaan dat het moreel bestanddeel van de overtreding in hoofde van Jetair nv, niet bewezen is.

Men kan zich ook de vraag stellen of er geen sprake was van een “geheel” (zeker nu het Hof erkent dat de praktijk is ingeburgerd). Dan valt het aanbod onder één van de toegelaten uitzonderingen op het verbod.