Inleiding: hoe zat het ook al weer met de onlosmakelijke samenhang en deelvergunning?

Voor de Wabo kon het zo zijn dat er voor een project verschillende vergunningen nodig waren. Zo kon bijvoorbeeld voor de vestiging van een fabriek onder meer benodigd zijn: een milieuvergunning, een bouwvergunning en een uitwegvergunning. Een belangrijke doelstelling van de Wabo was dat er voor projecten voortaan één vergunning benodigd is. Om te voorkomen dat er voor bepaalde projecten slechts voor een deel van dat project een vergunning wordt aangevraagd (en verleend), dit wordt in de praktijk ook wel een ‘deelvergunning’ genoemd, volgt uit artikel 2.7 Wabo dat – kort samengevat – voor activiteiten die ‘onlosmakelijk samenhangen’ één vergunning moet worden aangevraagd. Een aanvraag die ziet op een deel van een project, terwijl sprake is van onlosmakelijke samenhang, moet of worden aangevuld of bij het uitblijven van een aanvulling buiten behandeling worden gelaten (artikel 4:5 Awb). De regeling van de onlosmakelijke samenhang beperkt zodoende de mogelijkheid van een deelvergunning. Voor de praktijk was bij de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010 niet direct duidelijk wanneer activiteiten nu onlosmakelijk samenhangen. Inmiddels is duidelijk wat daaronder wordt verstaan: het betreft – kort samengevat – activiteiten die fysiek niet van elkaar kunnen worden onderscheiden en tegelijkertijd onder verschillende van de in artikel 2.1 Wabo en/of artikel 2.2 Wabo opgenomen verboden vallen. Een voorbeeld is het bouwen en oprichten van een stal. Die activiteiten kunnen fysiek niet van elkaar worden onderscheiden en zij vallen onder artikel 2.1 lid 1 onder a én e Wabo

Voorbeeld van een geval van onlosmakelijke samenhang: ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4442

Een mooi voorbeeld van een uitspraak waarin de onlosmakelijke samenhang aan de orde is, biedt een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State (Afdeling) van 10 december 2014. In die zaak is een omgevingsvergunning verleend voor de oprichten van een melkrundveehouderij voor het houden van melkkoeien, jongvee en een mestbassin. Volgens de Afdeling is er sprake van onlosmakelijke samenhang ten aanzien van het mestbassin:

  • Het bouwen van het mestbassin levert twee activiteiten op die fysiek en volgtijdelijk niet van elkaar kunnen worden onderscheiden, en
  • Die activiteiten vallen onder de verboden als opgenomen in artikel 2.1 lid 1 onder a én e Wabo.

Het bevoegd gezag had in deze zaak ten onrechte de aanvraag in behandeling genomen voor enkel het oprichten voor een inrichting (artikel 2.1 lid 1 onder e Wabo). Het bevoegd gezag had de aanvrager in de gelegenheid moeten stellen om de aanvraag aan te vullen voor de activiteit ‘bouwen van een mestbassin’ (artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo). Door dit na te laten heeft het bevoegd gezag in strijd gehandeld met artikel 2.7 Wabo en artikel 4:5 Awb, aldus de Afdeling.

Ik vraag me af of er niet ook ten aanzien van het bouwen van stallen sprake is van onlosmakelijke samenhang. De uitspraak rept daar niet over. Nu de omgevingsvergunning ziet op het houden van melkkoeien en jongvee vermoed ik toch dat er ook een stal wordt ‘gebouwd’ en ‘opgericht’ om de melkkoeien en het jongvee in de houden.

Wijziging van de regeling van de onlosmakelijke samenhang

Sinds 25 april 2013 – nadat het bestreden besluit is genomen – is de regeling van de onlosmakelijke samenhang gewijzigd. Sindsdien is omschreven in de Wabo wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan (zie artikel 1.1 lid 1 Wabo). Voorts geldt dat sindsdien de onlosmakelijk niet meer van toepassing is ten aanzien van een omgevingsvergunning in strijd met het planologisch regime (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo).

In de Omgevingswet zal de regeling van de onlosmakelijke samenhang niet meer worden opgenomen, onder meer omdat de wetgever het klaarblijkelijke een lastige regeling vindt. Ik vraag me af of dat een verstandige keus is. Het loslaten van de regeling van de onlosmakelijke samenhang kan onder meer tot complicaties leiden bij handhaving als voor een activiteit niet meer alle vergunningen zijn verleend. Bijvoorbeeld als blijkt dat een vergunning niet kan worden verleend.