De Minister van Veiligheid en Justitie heeft eind december 2012 in een brief aangekondigd dat er een centraal aandeelhoudersregister komt voor besloten en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen. Openstaande vraag is of het register slechts beperkt toegankelijk moet worden gemaakt of ter bestrijding van witwassen, juist breder toegankelijk moet zijn.

Het doel van een centraal aandeelhoudersregister is om aandelenbezit meer transparant te maken en om informatie over besloten en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen op één centrale plaats beschikbaar te hebben. De verplichting voor vennootschappen om een eigen aandeelhoudersregister bij te houden, blijft bestaan. Het centraal aandeelhoudersregister zal worden ondergebracht bij het handelsregister dat wordt beheerd door de Kamer van Koophandel. 

De minister wil het register slechts beperkt openstellen. Alleen aandeelhouders, notarissen en bepaalde overheidsdiensten, zoals het Openbaar Ministerie en Dienst Justis, zouden toegang moeten krijgen. De Tweede Kamerleden Gesthuizen en Merkies zijn het daar niet mee eens en hebben eind november 2014 een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, waarin zij pleiten voor een breder toegankelijk register. Ter bestrijding van witwassen, zouden alle financiële instellingen en vrije beroepsbeoefenaren, waaronder accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren, die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (‘Wwft’) vallen, inzage moeten krijgen in het aandeelhoudersregister.

Deze ontwikkeling kan niet los worden gezien van het Europese voorstel voor de 4e anti-witwasrichtlijn, waarin wordt voorgesteld om een zogenaamd UBO-register (uiteindelijk- belanghebbendenregister) in te stellen. In dit register dienen rechtspersonen zelf informatie over hun uiteindelijke belanghebbende (de Ultimate Beneficial Owner, ‘UBO’) bij te houden. Het Europees Parlement en de Europese Raad hebben al overeenstemming bereikt over het voorstel. Eerstvolgende stap is plenaire stemming in het Europees Parlement en definitieve besluitvorming door de raadsformatie Economische en Financiële Zaken (ECOFIN).