Aan het einde van 2015 verwierp de Eerste Kamer de nieuwe Stroomwet van minister Kamp, hetgeen gepaard ging met het nodige rumoer in de politiek en media. Een ander wetsvoorstel van het ministerie van Economische Zaken dat de Eerste Kamer tijdens dezelfde vergadering behandelde, is daardoor echter geruisloos als hamerstuk aangenomen: de verhoging van de maximale boetes die de Autoriteit Consument en Markt kan opleggen. Voorheen was het maximale boetebedrag € 450.000,- of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de betrokken onderneming. Door de wetswijziging gaat het eerstgenoemde absolute maximumbedrag naar € 900.000,-. Het tweede mogelijke maximumbedrag, de 10% van de omzet, blijft wel bestaan. Het van toepassing zijnde boetemaximum kan echter ook nog worden verdubbeld in geval van ondernemingen die binnen een periode van 5 jaar recidiveren. Ondernemingen die een overtreding van het kartelverbod begaan (artikel 6 lid 1 van de Mededingingswet) moeten bovendien rekening houden met een extra vermenigvuldigingsfactor. Als een overtreding van het kartelverbod een jaar of langer heeft geduurd, dan wordt het boetemaximum vermenigvuldigd met maximaal een factor 4, waarbij die factor gelijk staat aan het aantal jaren (voorbeelden: een overtreding van twee jaar en 7 maanden levert afgerond een factor 2,58 op; een overtreding van 5,5 jaar een factor 4).

Het merendeel van de mededingingsexperts plaatste al de nodige vraagtekens bij deze wetswijziging tijdens de behandeling in de Tweede Kamer. Hogere boetes zullen volgens minister Kamp een grotere afschrikwekkende werking hebben, maar het onderzoek waaruit de minister die conclusie trok, bood daar niet of nauwelijks onderbouwing voor. Het wetsvoorstel zou bovendien vooral bedoeld zijn als symboolpolitiek. De ACM (en haar voorganger de NMa) hebben in het verleden namelijk zelden tot nooit de maximale boetes opgelegd, ook niet voor kartelovertredingen, dus de verhoging van de boetemaxima zal niet per se tot hogere boetes leiden. Dat komt vooral door de onderliggende berekeningssystematiek van die boetes die deACM in de zogenaamde boetebeleidsregels heeft vastgelegd.

En toch schatten wij in dat deze wetswijziging wel degelijk tot hogere en meer onevenredige boetes gaat leiden. Hogere boetes zullen vermoedelijk volgen omdat de wetswijziging de weg plaveit voor de minister om ook de boetebeleidsregels aan te passen, zodat deze afgestemd zijn op de hogere boetemaxima, anders bedrijft hij immers symboolpolitiek. Daarnaast versterkt de verhoging van het absolute boetemaximum (van € 450.000,- naar € 900.000,-) de disproportionaliteit van dat maximum. Als de ACM meerdere ondernemingen in een zaak beboet waarbij voor bepaalde ondernemingen het absolute boetemaximum geldt en voor andere ondernemingen het relatieve boetemaximum, dan kunnen de ondernemingen met een lage omzet dus onevenredig hard getroffen worden, omdat zij een boete krijgen die aanzienlijk hoger ligt dan 10% van hun eigen omzet. In de recente bezwaarprocedure in de leesmappenzaak heeft de ACM die verschillende manier van beboeten nogmaals bevestigd, in weerwil van het advies van de ingeschakelde bezwaarschriftenadviescommissie, die die systematiek wél als disproportioneel aanmerkte. Wanneer de wetswijziging in werking treedt moet nog bij koninklijk besluit bepaald worden, dus de eerste zaken van de ACM waar deze boetemaxima voor gelden, zullen nog even op zich laten wachten.