Op 1 september 2014 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de regels voor werknemersmedezeggenschap in geval van grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen (artikel 2:333k BW). De wijziging vloeit voort uit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De voorgestelde wijziging brengt mee dat werknemers van in andere lidstaten gelegen vestigingen van de uit een grensoverschrijdende fusie verkrijgende of opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel in Nederland heeft, dezelfde medezeggenschapsrechten zullen krijgen als werknemers die in Nederland werkzaam zijn. De wetswijziging vloeit voort uit een arrest (C-635/11) van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 20 juni 2013 waarin het Hof heeft bepaald dat de Nederlandse wetgeving niet in overeenstemming is met artikel 16 lid 2, onderdeel b, van de Richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (2005/56/EG).

De strijdigheid bestond er in dat indien bij een grensoverschrijdende fusie een Nederlandse naamloze of besloten vennootschap waarop het structuurregime van toepassing is, de verkrijgende rechtspersoon is, de wet niet voorzag in invloed van de werknemers die direct of indirect werkzaam waren bij de verdwijnende vennootschap, op de samenstelling van de raad van commissarissen (‘RvC’) van de Nederlandse verkrijgende vennootschap. Bij het wetsvoorstel gaat het dan ook niet om de onderwerpen die in de Wet op de ondernemingsraden zijn geregeld, maar om de invloed van het orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt en/of van de werknemersvertegenwoordigers op de gang van zaken bij een vennootschap door middel van het recht om een aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan te kiezen of te benoemen, of het recht om met betrekking tot de benoeming van een aantal of alle leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap aanbevelingen te doen of bezwaar te maken.

Op 4 december 2014 is de Nota naar aanleiding van het verslag verschenen. Het is nog niet bekend wanneer het wetsvoorstel zal worden behandeld in de Tweede Kamer.