Op 4 juli 2016 heeft de Ondernemingskamer de voorzitter van de raad van toezicht van woon-, zorg,- en kenniscentrum De Gelderhorst geschorst, om een bestuurlijke impasse te doorbreken. Daarnaast krijgt de huidige bestuurder een tijdelijke bestuurder naast zich.

Aanleiding voor de uitspraak is het enquête-verzoek van de raad van toezicht van De Gelderhorst aan de Ondernemingskamer om een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken bij De Gelderhorst en om een nieuwe bestuurder aan te stellen.

Naast de raad van toezicht hadden ook de ondernemingsraad, het bestuur en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een zelfstandig enquête-verzoek ingediend. IGZ wordt in haar verzoek echter niet ontvankelijke verklaard omdat zij niet behoort tot de kring van degenen die op grond van de wet bevoegd zijn tot een enquête-verzoek, wel is IGZ ontvankelijk als belanghebbende.

De Ondernemingskamer overweegt dat de verhoudingen tussen de raad van toezicht enerzijds en de ondernemingsraad en de cliëntenraad anderzijds ernstig zijn verstoord en dat er een onwerkbare situatie is ontstaan tussen de raad van toezicht en de bestuurder.

Als gevolg van de bestaande situatie is de besluitvorming vastgelopen met betrekking tot (onder meer) de uitbreiding van de accommodatie van De Gelderhorst, de benoeming van een nieuwe bestuurder, en de aanvulling van de raad van toezicht. De Ondernemingskamer vreest dat, zonder het treffen van onmiddellijke voorzieningen, door het uitblijven van deze besluitvorming de belangen van De Gelderhorst ernstig zullen worden geschaad.

De Ondernemingskamer laat zich niet uit over de vraag aan wie de bestaande situatie te wijten is. Die vraag komt pas aan de orde na het door de Ondernemingskamer te gelasten onderzoek. Interessant is dat het onderzoek zich mede zal uitstrekken tot de rol die de medezeggenschaporganen bij het ontstaan van dit geschil hebben gespeeld.

Opmerkelijk is verder dat de ondernemingsraad en de cliëntenraad, die op grond van de wet toch vooral een adviserende rol hebben, in deze zaak een belangrijke invloed blijken te hebben op de beslissing van de Ondernemingskamer een lid van de raad van toezicht te schorsen. De Ondernemingskamer legt het collectieve wantrouwen van beide raden jegens de raad van toezicht, en de verstoorde verhouding tussen de raad van toezicht en de bestuurder aan haar beslissing ten grondslag. De Ondernemingskamer wil de besluitvorming bij De Gelderhorst snel weer op gang brengen, en komt zo tot haar beslissing de voorzitter van de raad van toezicht te schorsen.