Op 23 juni 2015 zijn de wetsvoorstellen civielrechtelijk bestuursverbod en herziening strafbaarstelling faillissementsfraude door de Tweede Kamer aangenomen. Beide wetsvoorstellen behoren tot het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht en zijn gericht op fraudebestrijding. Deze wetsvoorstellen zullen mogelijk op 1 januari 2016 in werking treden. 

  • Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod: het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbodvoorziet in de mogelijkheid voor de rechtbank om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of functie als commissaris te bekleden binnen een rechtspersoon. De vordering kan worden ingediend door de curator of het openbaar ministerie in specifiek in de wet benoemde gevallen, bijvoorbeeld indien sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Een civielrechtelijk (maar ook een strafrechtelijk) bestuursverbod zal leiden tot doorhaling van de registratie als bestuurder/commissaris in het handelsregister vanaf het moment dat het verbod onherroepelijk wordt en voor de door de rechter bepaalde duur. Tevens zal een door de rechter uitgesproken verbod een nieuwe grond vormen op basis waarvan de Kamer van Koophandel inschrijving in het handelsregister kan weigeren van de persoon aan wie het verbod is opgelegd. Uit de Memorie van toelichting bij een begin dit jaar geconsulteerd wetsontwerp tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 en Boek 2 BW blijkt dat deze regelingen zullen worden uitgewerkt in het Handelsregisterbesluit 2008. Deze nadere regels zijn echter nog niet gepubliceerd. Voor meer informatie over het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod verwijzen wij ook naar onze Corporate Alert van 11 september 2014.

In Europees verband is op 25 juni 2015 de Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures (PbEU 2015, L 141/19) formeel in werking getreden (de herschikte Insolventieverordening); zij wordt echter eerst van toepassing op insolventieprocedures die na 26 juni 2017 geopend zijn. Op grond van deze Verordening zullen de nationale insolventieregisters van de verschillende lidstaten worden gekoppeld. Het staat lidstaten vrij om in deze (gekoppelde) nationale insolventieregisters ook opgelegde bestuursverboden op te nemen. Nederland is daarvan een groot voorstander omdat daarmee kan worden voorkomen dat personen waarvoor een nationaal bestuursverbod geldt, hun activiteiten ongehinderd vanuit een andere lidstaat zouden kunnen voortzetten. In de Verordening is tevens opgenomen dat de Europese Commissie nog dit jaar dient te komen met een onderzoek naar de grensoverschrijdende aspecten van bestuursverboden en bestuurdersaansprakelijkheid. 

  • Wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude: met het wetsvoorstel herziening strafbaarstelling faillissementsfraude wil de Minister van Veiligheid en Justitie de wettelijke mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden tegen faillissementsfraude verbeteren. Een van de maatregelen is het strafrechtelijk sanctioneren van de administratie- en bewaarplicht (artikel 2:10 BW jo. 3:15i BW). Onder het huidige recht is overtreding van de administratie- en bewaarplicht slechts strafbaar indien sprake is van opzet op het intreden van het faillissement en daarmee opzet op het benadelen van schuldeisers. Voorgesteld wordt nu om deze laatste eis te laten vervallen. Het niet-naleven van de administratieverplichtingen zal bovendien, ook onafhankelijk van het intreden van een faillissement, zelfstandig worden aangemerkt als economisch delict.