Sinds 2013 geldt de Wet normering topinkomens (WNT) in de zorg. Deze wet stelt een plafond aan het salaris van een zogenoemde topfunctionaris in de (semi)publieke sector. Het plafond is het salaris van een minister: EUR 179.000 in 2016. Dit bedrag wordt jaarlijks gecorrigeerd. In een recente zaak (RvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1177) stond de vraag ter discussie of de overschrijding van de wettelijke norm door de gesubsidieerde instelling, grond was voor de gemeente Den Haag om de subsidie te korten.

Deze normering geldt voor topfunctionarissen waaronder bestuurders en commissarissen van zorginstellingen en zorgverzekeraars. Deze instellingen zijn verplicht de salarissen op te nemen in hun jaarstukken en jaarlijks voor 1 juli door te geven aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Zelfs als de bestuurder of de commissaris onder de norm zit, bestaat een verplichting om de stukken te publiceren en door te geven aan het ministerie. Bonussen zijn niet uitgesloten, zolang de norm niet wordt overschreden. Voor commissarissen geldt een plafond van EUR 26.850 voor de voorzitter (15% van de norm) en EUR 28.900 voor de overige commissarissen (10% van de norm) in 2016, nu zij niet fulltime werkzaam zijn. De WNT is tevens van toepassing op gesubsidieerde zorginstellingen.

In een recente zaak (RvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1177) stond de vraag ter discussie of de overschrijding van de wettelijke norm door de gesubsidieerde instelling, grond was voor de gemeente Den Haag om de subsidie te korten. De Gemeente Den Haag had als voorwaarde bij de subsidieverlening gesteld dat de wettelijke bezoldigingsnorm niet overschreden mocht worden. Volgens de wet mogen bij subsidieverstrekking alleen voorwaarden worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel waarvoor de subsidie wordt verkregen. De Raad van State oordeelde dat het doel van de subsidieverlening het aanbieden van bepaalde zorg is. Het voeren van inkomenspolitiek – zoals de gemeente Den Haag beoogde – hoort niet bij dit doel. De subsidie kon dus niet worden gekort op basis dat de bestuurders van een zorginstelling meer verdienden dan de wettelijke norm. Daarbij merken wij nog op dat een instelling WNT-conform kan zijn, ondanks het feit dat bestuurders meer verdienen dan de maximale bezoldiging die is toegestaan onder de WNT. Voor zittende bestuurders kan er namelijk sprake zijn van overgangsrecht, waardoor de bezoldiging geleidelijk aan wordt afgebouwd naar de WNT-norm.

Let op dat het plafond in de praktijk lager kan zijn dan EUR 179.000. Er bestaan namelijk vijf bezoldigingsnormen in de zorg, waarbij de hoogste categorie de ministernorm is. Indeling in een bezoldigingsnorm gebeurt op basis van verschillende criteria, waaronder de complexiteit van de te besturen organisatie. Twijfelt u over uw situatie of over het overgangsrecht? Neem gerust contact met ons op.