Op 16 juli 2015 is een ministeriële regeling in werking getreden op basis waarvan naar verwachting ongeveer 1900 ondernemingen uiterlijk op 5 december 2015 een energie-audit moeten uitvoeren. Loyens & Loeff heeft hier eerder al aandacht voor gevraagd. Nu de uiterste termijn nadert, wordt in deze alert nogmaals kort ingegaan op de verplichting tot het doen van de energie-audit.  

De energie-auditverplichting

De kern van de verplichting is dat degene die een onderneming drijft er zorg voor draagt dat de onderneming een energieaudit ondergaat en dat daarvan een verslag wordt gemaakt. De energie-audit is een systematische vierjaarlijkse procedure met als doel toereikende informatie te verzamelen over het actuele energieverbruiksprofiel van een onderneming, om mogelijkheden voor kosteneffectieve energiebesparing te signaleren en te kwantificeren en om verslag uit te brengen van de resultaten. 

Wie moeten een energie-audit uitvoeren?

De energie-auditplicht is van toepassing op een inrichting in de zin van artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer, die tevens aan te merken is als onderneming als bedoeld in titel I van de bijlage van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen. Daarnaast dient het Nederlandse deel van de onderneming meer dan 250 werkzame personen of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal van meer dan € 43 miljoen te hebben. 

De bijlage van het overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bevat een stappenplan om te bepalen of aan deze voorwaarden wordt voldaan. De laatste versie van het stappenplan dateert van 23 november 2015. Het stappenplan, alsmede de overige elementen uit het overzicht zijn al meerdere malen gewijzigd. 

In een eerdere versie van het stappenplan stond dat ondernemingen die meer dan 250 werkzame personen of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen of (thans: én) een jaarlijks balanstotaal van meer dan € 43 miljoen hebben onder de auditverplichtingen vallen. We raden u daarom aan steeds het actuele stappenplan op de website van RVO te raadplegen. 

In (de laatste versie van) het stappenplan op de website van RVO staat voorts dat indien er een onderneming is waarvan de verschillende inrichtingen/vestigingen in Nederland samen meer dan 250 medewerkers hebben of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal van meer dan € 43 miljoen, dat dan de energie-audit van toepassing is op alle (Nederlandse) inrichtingen/vestigingen binnen het concern. In het stappenplan spreekt RVO van concern, nu (i) deze term niet wettelijk is gedefinieerd en (ii) in het spraakgebruik vaak wordt gebruikt in plaats van de term groep (die wel wettelijk is gedefinieerd in artikel 2:24b BW) en (iii) in het stappenplan staat dat moet worden gekeken naar het Nederlandse deel van de onderneming, gaan wij ervan uit dat ‘concern’ moet worden opgevat als ‘groep’ in de zin van artikel 2:24b BW. 

Vrijstellingen

De onderneming die is toegetreden tot het MJA3- of MEE-convenant is vrijgesteld van de verplichting om een energieaudit voor 5 december 2015 uit te voeren. Ook de ondernemingen die een energiebeheersysteem toepassen dat volgens Europese of internationale normen is gecertificeerd (en voldoen aan bepaalde minimumeisen) zijn vrijgesteld van het uitvoeren van de energie-audit. 

De onderneming die na 5 december 2011 ex artikel 2.15 lid 2 Activiteitenbesluit milieubeheer door het bevoegd gezag is verplicht om een energiebesparingsonderzoek als bedoeld in dat artikel te verrichten of te laten verrichten, is gedurende vier jaar vrijgesteld van de verplichting om een energie-audit te ondergaan.

Deadlines

De energie-audit dient voor 5 december 2015 te zijn uitgevoerd en vervolgens ten minste elke vier jaar te worden herhaald. Het verslag van de energie-audit moet binnen vier weken na de totstandkoming ervan worden toegezonden aan het bevoegd gezag.

Handhaving

Het bevoegd gezag is belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften van de energie-audit. Naar verwachting zal het bevoegd gezag in overleg treden met de onderneming als blijkt dat het voor ondernemingen moeilijk blijkt aan de energie-audit verplichtingen te voldoen. Bij het niet naleven van de voorschriften van de energie-audit kan het bevoegd gezag (als laatste middel) sancties zoals een last onder dwangsom opleggen. Daarnaast is het niet naleven van de voorschriften van de energie-audit ook aan te merken als een economisch delict in de zin van de Wet economische delicten.