Voor de verlening van een ontheffing van een verbod uit de Flora- en faunawet kan het noodzakelijk zijn om voorschriften op te leggen. De naleving van deze voorschriften borgt dan dat geen overtreding plaatsvindt. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft recent geconcludeerd dat bepaalde voorschriften ontbraken en heeft deze voorschriften alsnog opgelegd door zelf in de zaak te voorzien.

Ontheffing vanwege verstoring beschermde nesten

Aan de gemeente Rhenen is een ontheffing verleend van het verbod om nesten van de steenuil, zijnde een beschermde inheemse diersoort, te verstoren. De ontheffing betreft de realisatie van het project “Nimmer Dor”, waarvan het zuidelijk deel bestaat uit nieuw te bouwen woningen en het noordelijk deel wordt ingericht als foerageergebied voor steenuilen. De ontheffing is verleend vanwege het belang van de uitvoering van werkzaamheden in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling. Een ontheffing voor verstoring van een nest van een beschermde inheemse diersoorten ten behoeve van uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling kan enkel worden verleend voor zover geen sprake is van een verstoring van wezenlijke invloed. Aan de ontheffing zijn voorschriften verbonden voor onder meer de inrichting van het gebied ten behoeve van de steenuil, de fasering van de werkzaamheden en monitoring. In de procedure tegen de ontheffing ligt onder meer de vraag voor of de aan de ontheffing verbonden voorschriften voldoende waarborgen bieden om de wezenlijke verstoring te voorkomen.

Onvoldoende voorschriften aan ontheffing: Afdeling voorziet zelf in juiste voorschriften

Om verstoring gedurende het broedseizoen van de steenuil te voorkomen, is in de ontheffing het voorschrift opgenomen om gedurende dat seizoen het gebruik van machines en verlichting nabij een aangeduide nestplaats te beperken. Dit voorschrift ziet echter op één specifiek nest van de steenuil, terwijl niet ter discussie staat dat er nog een ander nest van de steenuil aanwezig is waarbij bouwwerkzaamheden plaats gaan vinden. Aangezien het voorschrift niet ook dit nest bescherming biedt, bevat de ontheffing onvoldoende waarborgen om een overtreding te voorkomen.

Uit het ecologisch onderzoek bij de aanvraag om ontheffing blijkt dat de maatregelen ten behoeve van de steenuil moeten worden gerealiseerd voordat wordt begonnen met de bouw van de woningen. Ook in de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak betreffende het bestemmingsplan bij dit project is overwogen dat “de uitvoering van het landschapsplan vóór de realisering van het plan verplicht kan worden gesteld in de Ffw-ontheffing“. In de ontheffing is echter geen bepaling opgenomen om de realisatie van de maatregelen uit te laten voeren voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Ook hierom oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat sprake is van onvoldoende waarborgen in de ontheffing.

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en voorziet vervolgens zelf in de zaak door aan de ontheffing voorschriften te verbinden in lijn met deze uitspraak. Deze praktische aanpak biedt de gemeente Rhenen de mogelijkheid om met een gerepareerde ontheffing aan de slag te gaan.

Terzijde: geen prejudiciële vraag over verstoring van wezenlijke invloed

Door de appellant is nog verzocht om een prejudiciële vraag te stellen aan het Europese Hof van Justitie over of op lokaal of nationaal niveau moet worden gekeken naar mogelijke verstoring van wezenlijke invloed. De Afdeling bestuursrechtspraak ziet hier geen aanleiding toe, aangezien de verstoring waarvoor ontheffing is verleend zeer beperkt is en kennelijk op lokaal noch nationaal niveau van wezenlijke invloed is.

Op welke wijze de verstoring van wezenlijke invloed moet worden bepaald, is relevant voor de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen. Kort en goed leidt een verstoring van wezenlijke invloed tot een beperktere mogelijkheid om een ontheffing te verlenen. Onder de Europese Vogelrichtlijn is namelijk de verstoring van wezenlijke invloed verboden en zijn minder belangen mogelijk voor verlening van een ontheffing. In de Ffw is echter een breder verbod voor verstoring opgenomen, waardoor ook verstoring van niet wezenlijke invloed naar nationaal recht verboden is. Niettemin is voor een dergelijke verstoring gemakkelijker een ontheffing te verlenen, doordat ook andere, nationale belangen kunnen worden aangevoerd. Dit betreft bijvoorbeeld het belang van de uitvoering van werkzaamheden in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, dat is toegepast bij de ontheffing voor de gemeente Rhenen. De door appellant voorgestelde vraag aan het Hof van Justitie zal waarschijnlijk hebben beoogd toch een verstoring van wezenlijke invloed aan te tonen, zodat de ontheffing niet met het gegeven belang kon worden verleend.

Overigens zorgt de inwerkingtreding van de aanstaande Wet natuurbescherming voor een belangrijke verandering, aangezien voor vogels dan enkel nog verstoring van wezenlijke invloed is verboden. De nieuwe wet sluit daarmee aan bij de Europese regelgeving.