Eind mei 2015 is een consultatie over een voorontwerp tot implementatie van de Europese verordening en richtlijn tot hervorming van de accountancymarkt afgerond. In het voorontwerp wordt onder meer de verstrekkende bevoegdheid aan de Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) toegekend om een beroepsverbod van drie jaar op te leggen aan bepaalde personen om een functie te bekleden bij een accountantsorganisatie of een organisatie van openbaar belang (‘oob’) (op dit ogenblik zijn dit beursgenoteerde ondernemingen, maar ook niet-genoteerde banken en (bepaalde) verzekeraars).

De op 16 juni 2014 in werking getreden verordening en de richtlijn beogen onder meer de rol van de accountant nader te bepalen en de onafhankelijkheid en de professioneel-kritische houding van de accountants te versterken. De verordening ziet op wettelijke controles bij oob's. De verordening heeft directe werking, maar zal pas vanaf 17 juni 2016 van toepassing zijn. De richtlijn zal op hetzelfde moment geïmplementeerd moeten zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving. Enkele regelingen zijn al in de Nederlandse wet- en regelgeving opgenomen, zoals de verplichting voor oob's om eens in de tien jaar van accountantsorganisatie te wisselen en de scheiding van accountantscontrole en advies. Op onderdelen gaan deze Nederlandse voorschriften overigens verder dan de Europese bepalingen. Zie daarover meer in onze Corporate Update van 1 juli 2014. 

In het voorontwerp worden de bevoegdheden van de AFM uitgebreid. Een van deze bevoegdheden betreft de mogelijkheid om bij overtreding van de Wet toezicht accountantsorganisaties (‘Wta’), de Wet op het accountantsberoep (‘Wab’) of de verordening aan bepaalde personen een beroepsverbod op te leggen van ten hoogte 3 jaar om een functie te bekleden bij een accountantsorganisatie of oob. Dit betreft een ruim toepassingsgebied waarbij niet op voorhand te zeggen is wanneer de AFM van deze bevoegdheid gebruik zal kunnen maken. De ontwerp toelichting vermeldt slechts dat hierbij gedacht kan worden aan gevallen van recidive en fraude.

Het verbod kan worden opgelegd aan – kort gezegd – betrokkenen bij de uitvoering van een wettelijke controle maar ook aan dagelijks beleidsbepalers van een oob. Ten aanzien van deze laatste groep is niet geheel duidelijk om welke personen het gaat. De richtlijn gaat uit van “een lid van een leidinggevend of bestuursorgaan” van een oob maar de term dagelijks beleidsbepaler zou ruimer geïnterpreteerd kunnen worden. Tot slot lijkt de bevoegdheid, zoals thans in het voorontwerp opgenomen, niet met de nodige, rechterlijke waarborgen te zijn omkleed. Vanwege deze onduidelijkheden is in de reacties op de consultatie de voorgestelde bepaling sterk bekritiseerd. 

Er zal overigens nog een ander wetsvoorstel worden ingediend met aanvullende regelgeving om een verdere kwaliteitsslag bij de accountants en de wettelijke controleverklaring te bevorderen. Volgens de ontwerp toelichting wordt beoogd om de behandeling van dat wetsvoorstel gelijk te laten lopen met de behandeling van het huidige voorontwerp. Tot op heden is aangaande deze aanvullende regelgeving nog geen (concept) wetsvoorstel gepubliceerd.