De Belgische reglementering inzake prijsverminderingsaankondigingen werd in 2015 afgeschaft.1 Als gevolg hiervan gelden t.a.v. prijsverminderingsaankondigingen enkel de algemene regelen inzake misleidende, agressieve en oneerlijke marktpraktijken. De Raad voor het Verbruik heeft, op vraag van de Minister van Economie, in een advies richtlijnen opgesteld2 die relevant kunnen zijn bij het beoordelen van een vraag of een bepaalde prijsverminderingsaankondiging ten aanzien van consumenten al dan niet wettig is.

De Raad suggereert dat er rekening wordt gehouden met de referentieprijs, het bedrag of percentage van de prijsvermindering, de nieuwe prijs, de aanvangsdatum en de uiteindelijke duur van de prijsvermindering. Zo zal er worden nagegaan of er geen sprake is van een fictieve prijsvermindering, waarbij de consument de indruk wordt gegeven dat er een bepaalde korting wordt toegekend ten opzichte van een referentieprijs terwijl hij in realiteit geen korting of een kleinere korting krijgt of dat de prijsvermindering niet redelijk in tijd beperkt is waardoor de promotieprijs uiteindelijk de referentieprijs wordt. Een voorbeeld voor de Raad is het geval waarin een onderneming gedurende maanden een zelfde prijs toepast (vb. 10 €) welke dan gedurende twee weken wordt verhoogd (vb. 15 €) om die verhoogde prijs dan als referentieprijs te gebruiken bij een daaropvolgende prijsverlaging (in casu: 15 € à 10 €). Omgekeerd vindt de Raad het geen probleem dat een prijsvermindering die enkel werd toegepast ter gelegenheid van een braderij, niet de referentieprijs wordt bij een toekomstige prijsdaling, maar wel de gebruikelijk in de winkel toegepaste prijs.

Deze richtlijnen zijn enkel een vrijblijvend advies en kunnen dan ook geenszins al bindend worden beschouwd of als een leidinggevende interpretatie van de wet. Het is zeker de verdienste van de Raad om te proberen de zeer algemene regels inzake misleiding, oneerlijke marktpraktijken enz… wat te verduidelijken. Of de Raad daarbij wel altijd de juiste interpretatie geeft en deze richtlijnen überhaupt door de rechtspraak zullen worden opgepikt en de test van de rechtspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg zullen doorstaan zal echter nog moeten afgewacht worden.