Op 17 augustus 2016 deed de Raad van State een opmerkelijke uitspraak. Wat was het geval?

De gemeente heeft op 14 februari 2014 een vergunning verleend voor het bouwen van een supermarkt van de Lidl op een perifere locatie in de gemeente Nijkerk (provincie Gelderland). De Ruimtelijke Verordening Gelderland 2011 ("RVG 2011") van de Provincie Gelderland bepaalde echter dat vestiging van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen op perifere locaties niet wordt toegestaan in een bestemmingsplan.

Appellanten deden daarom een verzoek tot 'exceptieve toetsing', waarmee in een procedure die is gericht tegen een omgevingsvergunning de gelding van regels uit het vigerende bestemmingsplan aan de orde kunnen worden gesteld. In dit geval werd betoogd dat de regel uit het bestemmingsplan in strijd was met een hogere regeling - de RVG 2011 - zodat de regel onverbindend zou moeten worden geacht. Deze onverbindendheid kan worden ingeroepen wanneer de regel evident in strijd is met de hogere regeling.

De Raad van State vond blijkens de uitspraak dat het verbod op vestiging van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen op perifere locaties van de RVG 2011 voldoende concreet is om de bestemmingsregeling daaraan exceptief te toetsen. De regel wordt echter niet onverbindend verklaard. Het zou namelijk niet evident zijn dat de regel van het bestemmingsplan in strijd is met de RVG 2011.

Hoe komt de Raad van State tot dit oordeel? Een perifere locatie was in de RVG 2011 gedefinieerd als een locatie buiten bestaande dan wel bestemde winkelgebieden. De discussie ter zitting ging daarom over de vraag of de locatie wel of niet buiten een bestaand dan wel bestemd winkelgebied zou liggen. Uiteindelijk acht de Raad van State het niet evident dat het perceel buiten bestaand winkelgebied ligt, omdat in de RVG 2011 noch in de toelichting daarop nader was omschreven wat onder een bestaand winkelgebied moet worden begrepen en de verordening daardoor niet zonder meer duidelijkheid biedt over de vraag welke type winkels in aanmerking moeten worden genomen om te bepalen of een perceel in een bestaand winkelgebied ligt.

Hoe nu verder? De uitspraak van de Raad van State is hoogst opmerkelijk te noemen. Was het nou echt zo onduidelijk wat onder een 'bestaand winkelgebied' moet worden verstaan? Het is niet de eerste keer dat wordt gediscussieerd over bestaande winkelgebieden. Afgevraagd kan worden waarom niet wordt aangesloten bij normaal spraakgebruik, zoals de Raad van State vaker doet.

Wat daar inhoudelijk ook van zij, de uitspraak heeft grote gevolgen voor de bestaande praktijk. De thans geldende Omgevingsverordening Gelderland maakt nog altijd niet duidelijk wat onder een bestaand winkelgebied moet worden verstaan. Vestiging van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen op perifere locaties wordt niettemin nog steeds verboden. Volgen wij de uitspraak van de Raad van State, dan is echter op locaties in Gelderland waar bestaande perifere detailhandel is gevestigd óók reguliere detailhandel toegestaan!