In gevallen waarbij het bestemmingsplan niet in een afwijkingsbevoegdheid voorziet of de activiteit niet is opgenomen in het Bor, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (art. 2.12 lid 1 onder a, ten derde Wabo). Daarvoor is wel vereist dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (“vvgb”) afgeeft.

Omwille van een efficiënte besluitvorming kan de gemeenteraad ingevolge art. 6.5 lid 3 Bor een of meerdere categorieën gevallen aanwijzen waarin een vvgb niet is vereist. Art. 6.5 Bor bevat echter geen voorwaarden waaraan een dergelijke aanwijzing moet voldoen, zodat de gemeenteraad veel beleidsvrijheid toekomt. Het aanwijzingsbesluit is een algemeen verbindend voorschrift (avv), zodat daartegen geen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend (ABRvS 16 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1987). Een avv kan echter wel exceptief door de rechter worden getoetst, waardoor een avv verbindende kracht kan worden ontzegd indien het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift of een algemeen rechtsbeginsel. Op 27 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3207) oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) dat een besluit van de gemeenteraad dat  bepaalt dat een vvgb nooit is vereist, wegens strijd met art. 6.5 lid 3 van het Bor, onverbindend is. Over deze uitspraak verscheen op 26 september 2014 een blogbericht op stibbeblog.nl.

Op 27 mei 2015 heeft de Afdeling geoordeeld dat in het geval dat de gemeenteraad weliswaar een aanwijzingsbesluit heeft genomen, maar daarin categorieën op een zodanige wijze heeft geformuleerd dat het college in wezen de vrije hand wordt gelaten om de gemeenteraad al dan niet om een verklaring van geen bedenkingen te vragen, wegens strijd met de rechtszekerheid eveneens onverbindend is.

Casus

Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg had met toepassing van art. 2.12, lid 1 onder a, ten derde Wabo een vergunning verleend voor het oprichten van een windturbine in strijd met de vigerende beheersverordening “Vlietzone“. Tegen dit besluit had Vereniging Houdt Vlietrand Groen rechtsmiddelen aangewend. Het college was niet bevoegd om de vergunning te verlenen omdat daaraan voorafgaand geen vvgb was afgegeven door de gemeenteraad omdat het besluit waarbij de gemeenteraad categorieën had aangewezen waarvoor die verklaring niet is vereist, wegens strijd met de rechtszekerheid onverbindend is, aldus de vereniging.

Het betrokken aanwijzingsbesluit bepaalde dat een vvgb slechts is vereist voor “die ruimtelijke ontwikkelingen van enige omvang” waarover niet eerder door de gemeenteraad een inhoudelijk standpunt is ingenomen, dan wel “politiek gevoelige ontwikkelingen”. Voor alle andere categorieën was geen verklaring vereist.

Uitspraak Afdeling

De Afdeling oordeelt dat categorieën niet op een zodanige wijze mogen worden geformuleerd dat aan de aanwijzing geen of nauwelijks nog onderscheidende betekenis meer valt toe te kennen. Een dergelijke aanwijzing voldoet niet aan de daaraan uit een oogpunt van rechtszekerheid te stellen eisen en maakt bovendien de in artikel 6.5, eerste lid, van het Bor neergelegde hoofdregel zinledig.

Naar het oordeel van de Afdeling zijn de in het aanwijzingsbesluit vermelde criteria “ruimtelijke relevante ontwikkelingen van enige omvang” en “politiek gevoelige ontwikkelingen”, dermate ruim en algemeen dat gelet op de reikwijdte daarvan het college in wezen de vrije hand is gelaten om de gemeenteraad al dan niet een vvgb te vragen. De Afdeling verklaart het aanwijzingsbesluit wegens strijd met de rechtszekerheid dan ook onverbindend.

Handreiking voor de praktijk

Gemeenteraden doen er goed aan categorieën aan te wijzen waarin een vvgb is vereist. Zo voorkomen zij dat de raad over ieder individueel geval moet beslissen omtrent  het verlenen van een vvgb. Bovendien zijn de betrokken besluiten dan niet langer afhankelijk van de vergaderfrequentie van de gemeenteraad. Het verdient  aanbeveling deze categorieën zo concreet mogelijk vast te stellen of van een goede toelichting te voorzien. Criteria op grond waarvan een vvgb niet is vereist mogen niet zo algemeen zijn dat de gemeenteraad daarmee de invulling ervan feitelijk geheel aan het college laat. Dat is in strijd met de rechtszekerheid. Door het formuleren van heldere criteria wordt zowel voor de aanvrager van de vergunning als het college op voorhand duidelijk of een vvgb is vereist. Dat komt efficiënte besluitvorming ten goede en voorkomt lange procedures en teleurstellingen achteraf.