Een commissaris wordt volgens de Wet op de loonbelasting 1964 geacht in dienstbetrekking te zijn bij de vennootschap waar het toezicht wordt uitgeoefend. De fictie dat de arbeidsverhouding van de commissaris als een dienstbetrekking wordt beschouwd geldt ook voor de toepassing van de premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (maar niet voor de werknemersverzekeringen).

VAR

Het totaal van activiteiten van een commissaris kan onder voorwaarden beschouwd worden als het drijven van een onderneming. De verklaring arbeidsrelatie (VAR) kan onduidelijkheid wegnemen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie met de commissaris. Indien de commissaris een geldige VAR-dga (directeur-grootaandeelhouder) of VAR-wuo (winst uit onderneming) voor werkzaamheden als commissaris overlegt, behoeven er door de vennootschap waar de commissarisfunctie wordt vervuld, geen loonheffingen te worden ingehouden en afgedragen op het bedrag van de factuur van de commissaris.

Modelovereenkomsten vanaf 1 mei 2016

Vanaf 1 mei 2016 wordt als gevolg van een aanhangig wetsvoorstel (waarschijnlijk) een nieuwe systematiek van toepassing om te beoordelen of een arbeidsrelatie met een zelfstandige voor de loonheffingen als een dienstbetrekking heeft te gelden: de zogenoemde modelovereenkomsten. Aan de hand van een vooraf door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst kan de opdrachtgever zekerheid krijgen of een arbeidsrelatie met een opdrachtgever al dan niet als een dienstbetrekking kwalificeert. Als er geen dienstbetrekking is, is er vervolgens ook geen inhoudingsplicht voor de loonheffingen. De VAR komt met ingang van deze datum te vervallen.

Een modelovereenkomst zet – anders dan de VAR – de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen niet opzij. In principe dienen toezichthouders vanaf 1 mei 2016 dan ook via de salarisadministratie van de vennootschap waarvoor de commissarisfunctie wordt uitgeoefend, te worden verloond.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel heeft de Staatssecretaris echter aangegeven dat het wetsartikel waarin is bepaald dat de arbeidsverhouding van een commissaris als een fictieve dienstbetrekking wordt aangemerkt, komt te vervallen. De staatssecretaris geeft aan dat na beoordeling van de wetsgeschiedenis niet duidelijk is geworden waarom de arbeidsverhouding van een commissaris als dienstbetrekking zou moeten worden aangemerkt. De staatssecretaris merkt in dat verband op dat "als er iets is wat nergens toe dient, waarom zouden wij het dan niet afschaffen?"

Het voorstel tot het afschaffen van dit wetsartikel zal naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2017 via bijvoorbeeld het Belastingplan worden gerealiseerd. De Staatssecretaris heeft echter opgemerkt dat hij vooruitlopend op deze wetswijziging bevoegd en bereid is dit via een beleidsbesluit eerder te bewerkstelligen.