Bij het vaststellen van een bestemmingsplan voor een projectontwikkeling wordt vaak een voortoets verricht naar de gevolgen van het project voor Natura 2000-gebieden.

Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3217) blijkt dat soms beter gekozen kan worden voor het opstellen van een passende beoordeling.

De gemeenteraad van Breda heeft het bestemmingsplan ‘Ulvenhout, Hertespoor 2013’ vastgesteld zonder dat een Passende Beoordeling is uitgevoerd krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998). Als significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten moet ingevolge artikel 19j, tweede lid, van de Nbw 1998 een Passende Beoordeling aanwezig zijn, voordat beslist kan worden over de vaststelling van het plan. Het plan kan vervolgens worden vastgesteld als wordt verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast, bij gebreke waarvan de zogeheten ADC-toets moet worden doorlopen. Er mogen dan geen alternatieve oplossingen voor het plan zijn, er dienen dwingende reden van groot openbaar belang te zijn en er dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. Het Bredase bestemmingsplan regelt de mogelijkheid om 28 grondgebonden woningen te bouwen en een weg aan te leggen; het plangebied wordt aan de noordoost-kant begrensd door het Natura 2000-gebied ‘Het Ulvenhoutse Bos’. De raad van Breda was van oordeel dat een Passende Beoordeling niet noodzakelijk was, omdat kon worden verzekerd dat significante gevolgen uitgesloten waren. Dit oordeel was gebaseerd op een zogeheten voortoets, die ook nog eens was aangescherpt omdat in een eerdere uitspraak de Afdeling al had geoordeeld dat diezelfde voortoets gebreken vertoonde. Ook in deze uitspraak gaat het, ondanks de aanscherping van de voortoets, mis en wel om drie redenen.

In de eerste plaats omdat gebruik is gemaakt van onderzoeksgegevens en kaartmateriaal die een te indicatief karakter hebben; weliswaar is dat materiaal afkomstig uit een concept-beheerplan, maar dat laat onverlet dat het karakter daarvan te indicatief is en derhalve aan dat materiaal geen conclusies kunnen worden verbonden.

De tweede reden waarom het misgaat vloeit voort uit het feit dat het plan zonder bufferende en infiltrerende maatregelen zal leiden tot een verslechtering van de geohydrologische situatie en dat om die reden is besloten om het water in het plangebied te bufferen en te infiltreren in de bestaande sloten en bovendien één van de sloten zal worden verbreed. Gelet op de onderlinge samenhang tussen de ontwikkeling waarin het plan voorziet en de infiltratiesloot dient deze sloot te worden aangemerkt als een mitigerende en derhalve niet als een compenserende maatregel. Dat is op zich een voor het plan prettige conclusie, want aldus is de ADC-toets niet aan de orde, echter mitigerende maatregelen dienen buiten beschouwing te blijven bij de beantwoording van de vraag in het kader van de voortoets of significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Was de voortoets omgebouwd tot een Passende Beoordeling, dan had deze mitigerende maatregel wel mogen worden meegenomen. Nu is volstaan met een (aangescherpte) voortoets dient de infiltratiesloot buiten beschouwing te worden gelaten bij het beantwoorden van de vraag of significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Een poging van de raad om dit ter zitting nog te herstellen faalt ook.

De derde reden waarom het misgaat is de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied. De in het plan voorgestane ontwikkeling draagt voor 0,05% bij aan de reeds bestaande overschrijding van de kritische depositie. Vanwege de reeds overbelaste situatie staat ondanks het feit dat het slechts gaat om 0,05% onvoldoende vast dat het plan niet leidt tot significante effecten. In wezen komt de uitspraak van de Afdeling erop neer dat in de situatie waarin de overvolle emmer reeds overloopt elke druppel extra telt.

Deze uitspraak, die leidt tot vernietiging van het bestemmingsplan ‘Ulvenhout, Hertespoor 2013’ maakt maar weer eens zonneklaar dat het wenselijk is om in geval van twijfel te opteren voor een Passende Beoordeling. Natuurlijk vergt dat meer tijd en geld, maar het leidt, als de Passende Beoordeling goed wordt gedaan, tot een betere analyse en tot de mogelijkheid om mitigerende maatregelen wel in beschouwing te nemen. Dat kan niet bij de voortoets.

Verder leert deze uitspraak dat juist daar waar verzekerd moet worden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet significant worden aangetast (artikel 19j, lid 2) een zorgvuldige voortoets of Passende Beoordeling aangewezen is en in dat verband elke druppel telt; in concreto ging het in casu om een extra depositie van 0,05 tot 0,2 mol per ha. per jaar in een situatie waarin de kritische depositiewaarde lag op 1429 mol per ha. per jaar en al sprake was van een overschrijding daarvan van 600 mol per ha. per jaar. Zelfs dan (of misschien juist dan) telt elke 0,05 tot 0,2 mol per ha. per jaar.