Het Hof Den Haag heeft begin dit jaar een arrest gewezen, waaruit volgt dat - ook indien het met een dochteronderneming goed gaat - gevergd kan worden dat ook binnen die onderneming functies komen te vervallen. In artikel 3 van de Ontslagregeling is opgenomen dat in beginsel iedere onderneming binnen een groep op de eigen financiële situatie beoordeeld moet worden. Uit de toelichting bij de Ontslagregeling blijkt dat op dit beginsel de nuancering kan worden aangebracht dat wanneer het concert in een slechte financiële situatie verkeert, een offer van de dochter kan worden gevraagd. Echter, het hof oordeelt dat de keuze voor een dergelijke reorganisatie tot de ondernemersvrijheid behoort.