De minister van EZ is druk bezig met warmlopen voor de vernieuwing van de Warmtewet. Dit is nodig om de trendbreuk te kunnen realiseren waar de minister in de Warmtevisie uit april 2015 op heeft ingezet. De minister geeft in de Warmtevisie aan dat we toe moeten naar een gelijkwaardige positie van warmte naast aardgas en elektriciteit in ons energiesysteem. De ambitie is dat het aanbod van hernieuwbare warmte substantieel gaat groeien. Daarnaast moeten de aanzienlijke kansen voor verduurzaming van de warmtevraag worden benut.

Het hoofddoel van de huidige Warmtewet is bescherming van de gebonden consument (een consument kan niet switchen van warmteleverancier). Daarom worden in de Warmtewet ook eisen gesteld aan de leveranciers (zie vooral de artikelen 2, 3 en 4). De reikwijdte van de huidige Warmtewet strekt zich uit tot de levering van warmte aan kleinverbruikers (≤100kW). Het gaat dan om warmtelevering door middel van stadsverwarming en blokverwarming. Het grootste deel van deze warmte wordt geleverd door leveranciers van stadsverwarming (voornamelijk de vijf grootste leveranciers), woningcorporaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE's). Overigens geldt de Warmtewet niet voor koudelevering via een WKO-systeem.

Evaluatie huidige Warmtewet

Vorige week heeft de minister, in vervolg op de Warmtevisie, met een brief (17 februari 2016) de Tweede Kamer geïnformeerd over de evaluatie van de Warmtewet en de analyse van de mogelijke marktmodellen (uitgevoerd door Ecorys), de rendementsmonitor en het rekenmodel voor business-cases van warmteprojecten.  

Ecorys heeft in de evaluatie van de huidige Warmtewet 23 knelpunten geïdentificeerd. In deze blog worden enkele knelpunten en conclusies aangestipt met betrekking tot de leveranciers van warmte.

Knelpunten met betrekking tot leveranciers

Extra administratieve, organisatorische en financiële lasten

Eigenaren en verhuurders van gebouwen die in het gebouw via een collectieve (gebouwgebonden) installatie warmte opwekken (blokverwarming) worden gezien als leveranciers in de zin van de Warmtewet. Dit levert extra administratieve, organisatorische en financiële lasten op, bijvoorbeeld ten aanzien van boekhouding, het sluiten van een leveringsovereenkomst (en alle aspecten die daarbij moeten worden opgenomen), de facturering, de verplichte storingsregistratie, het verplichte lidmaatschap van een geschillencommissie en de compensatieregeling in geval van storingen. Aangezien deze eisen vooral voor kleine gebouweigenaren/verhuurders tot een significante stijging van lasten ten opzichte van de situatie voor de Warmtewet leiden, stelt Ecorys voor een verlicht regime voor deze leveranciers in de nieuwe Warmtewet op te nemen.

Onduidelijkheid taken en verantwoordelijkheden bij doorlevering

Er bestaat blijkens de evaluatie onduidelijkheid over de begrippen en daarmee ook over de taken en verantwoordelijkheden van de leverancier en de verbruiker in geval van doorlevering. Bij doorlevering is sprake van een (externe) aanvoer van warmte (door stadsverwarming) naar een gebouw, waarbij deze warmte vervolgens binnen het gebouw wordt verdeeld over de individuele (woon)eenheden. De gebouweigenaar/verhuurder is verbruiker van de warmte die extern wordt aangeleverd, maar is tegelijkertijd leverancier binnen het gebouw. Het is nog onduidelijk wanneer en op welk punt een verbruiker een leverancier wordt en wat de precieze afbakening is van de taken en verantwoordelijkheden tussen deze partijen. Ecorys geeft aan dat hierover opheldering moet komen in de nieuwe Warmtewet en dat op basis van deze nieuwe wet afspraken tussen partijen moeten worden gemaakt.  

Prijsrisico bij doorlevering

Een ander probleem dat gebouweigenaren/verhuurders tegenkomen is het prijsrisico bij doorlevering doordat de warmtelevering aan hen veelal niet onder de bescherming van de Warmtewet valt (zij hebben een aansluiting groter dan 100kW), maar de doorlevering door de verhuurder/gebouweigenaar aan de individuele afnemers wel. Dit betekent dat zij niet meer dan het NMDA-tarief (Niet-Meer-Dan-Anders-tarief: Kort gezegd betekent dit dat je nooit meer voor je warmte betaalt dan wanneer je een CV-ketel zou hebben) mogen vragen van de individuele gebruikers, maar dat zij zelf niet beschermd worden door het maximumtarief van de Warmtewet. Daarom beveelt Ecorys aan om in deze gevallen toch enige mate van bescherming te bieden.

Storingsregistratie en storingscompensatie

Veel kleine gebouweigenaren/verhuurders zien de verplichte storingsregistratie en -

compensatie als een onnodig grote administratieve last en een groot financieel risico. Dit komt mede omdat de storingsregeling nu eigenlijk niet is toegespitst op de levering van warmte en er nog grote onduidelijkheid is over wanneer de compensatieregeling precies toepassing vindt. Ecorys geeft aan dat de eisen rondom storingsregistratie en -compensatie zouden kunnen vervallen voor gebouwgebonden leveranciers, aangezien deze eisen niet proportioneel en niet effectief lijken te zijn.

Eerste reactie van de minister op de evaluatie

In de Warmtevisie heeft de minister al gemeld VvE's uit te willen zonderen van de verplichtingen die voor leveranciers gelden op grond van de Warmtewet. Gelet op de brief van 17 februari jl. beraadt hij zich op het advies van de onderzoekers om de blokverwarming verder wel binnen de reikwijdte van de Warmtewet te houden, maar de gebouweigenaren als warmteleverancier minder verplichtingen op te leggen dan andere warmteleveranciers.

Planning van de nieuwe Warmtewet

De komende maanden bespreekt de minister de conclusies en de adviezen met alle betrokken partijen, waarna hij een concreet wetsvoorstel zal presenteren. De planning is om nog voor de zomer een openbare consultatie te starten. De minister streeft ernaar om het wetsvoorstel nog dit jaar bij de Tweede Kamer in te dienen. Hopelijk is er dan een goede balans gevonden tussen de belangen van de leveranciers van warmte en de gebonden verbruikers.