Op 18 april 2017 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Gunstbetoon bij medische hulpmiddelen en gebruik BIG-nummer voor transparantiedoeleinden aangenomen. Het wetsvoorstel houdt een wettelijk verbod in voor fabrikanten van medische hulpmiddelen om geld of op geld waardeerbare middelen aan te bieden waarmee wordt beoogd om de verkoop van medische hulpmiddelen te bevorderen. Hetzelfde geldt voor de acceptatie daarvan door zorgverleners en instellingen.

Een dergelijk verbod ligt momenteel al besloten in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen, maar deze gedragscode biedt – in tegenstelling tot dit wetsvoorstel – geen wettelijke grondslag om handhavend op te treden.

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel introduceert een wettelijk verbod op gunstbetoon voor de hulpmiddelensector. In de farmaceutische sector is een dergelijk verbod reeds vastgelegd in de Geneesmiddelenwet. Er is besloten om hier zoveel mogelijk bij aan te sluiten. Dat doet dit wetsvoorstel door in de Wet op de medische hulpmiddelen een artikel in te voegen dat wettelijke kaders schept voor relaties tussen leveranciers en zorgverleners.

Een (werk)relatie tussen fabrikant en arts is op zichzelf niet onwenselijk en kan zelfs bijdragen aan betere medische hulpmiddelen. Om die reden zijn er vier (limitatieve) uitzonderingen opgenomen in het wetsvoorstel:

  1. Op de eerste plaats blijven kennisbijeenkomsten (bijvoorbeeld scholingsbijeenkomsten, demonstraties of manifestaties) buiten het bereik van het verbod zolang de vergoeding voor het bijwonen van de bijeenkomst of het niet in rekening brengen van de deelnamekosten, ondergeschikt blijft aan het doel van de bijeenkomst en binnen redelijke perken blijft.
  2. Ten tweede blijft het verlenen van trainingen en lezingen (bijvoorbeeld over hoe het medisch hulpmiddel te gebruiken) buiten het bereik van het verbod, indien de verhouding tussen de geleverde prestatie en de van de leverancier te ontvangen vergoeding redelijk is.
  3. Ten derde is het verbod niet van toepassing indien het geld of op geld waardeerbare middelen betreft, waarvan de waarde gering is.
  4. Ten vierde zijn kortingen die verband houden met de inkoop van medische hulpmiddelen uitgezonderd van het gunstbetoonverbod.

Toezicht

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de naleving van het verbod en is bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete. De hoogte van de boete zal nog worden vastgesteld in de Beleidsregels bestuurlijke boete Minister VWS.

Eerste kamer

De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog aannemen, voordat de regeling van kracht wordt. Het Loyens & Loeff Zorgteam volgt de ontwikkelingen met grote interesse.