De Hoge Raad heeft beslist dat het 150-kilometercriterium in de 30%-regeling stand houdt​. ​Inwoners van België, Luxemburg en de Duitse en Franse grensstreek komen daarmee definitief niet in aanmerking voor de 30%-regeling.

Vanuit het buitenland ingekomen werknemers met een specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt komen onder voorwaarden in aanmerking voor een fiscale faciliteit: de 30%-regeling. Als deze regeling van toepassing is, mag (maximaal) 30% van het loon van de werknemer worden uitbetaald als een onbelaste vergoeding voor extraterri​toriale kosten (de extra kosten die betrekking hebben op het tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst).

De 30%-regeling is een forfait en er behoeft niet te worden aangetoond dat ook daadwerkelijk kosten zijn gemaakt. Een alternatief voor de toepassing van het 30%-forfait is om de werkelijke extraterritoriale kosten belastingvrij te vergoeden. De extraterritoriale kosten moeten dan echter wel worden aangetoond.

150-kilometercriterium

Sinds 1 januari 2012 is een van de voorwaarden om te kwalificeren voor de 30%-regeling dat de werknemer meer dan twee derde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling in Nederland, woonachtig was op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens.

Beslissing Hof van Justitie van de EU

In juridische procedures is het standpunt ingenomen dat het 150-kilometercriterium in strijd is met het Europees recht. Het HvJ EU heeft in februari 2015 een prejudiciële beslissing genomen en aangegeven dat zij van oordeel is dat het 150-kilometercriterium – op zich – niet in strijd is met het Europees recht. Dit zou naar het oordeel van het HvJ EU evenwel anders kunnen zijn indien toepassing van de 30%-regeling leidt tot een systematische overcompensatie ten opzichte van de daadwerkelijk door de kwalificerende werknemers gemaakte extraterritoriale kosten.

Arrest van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft nader onderzoek gedaan en komt tot de conclusie dat er bij toepassing van de 30%-regeling geen sprake is van zo'n duidelijke systematische overcompensatie: het percentage is gebaseerd op feitelijk onderzoek en de wetgever heeft getracht dit percentage aan te laten sluiten bij de daadwerkelijk door buitenlandse werknemers gemaakte extraterritoriale kosten. Het 150-kilometercriterium in de 30%-regeling houdt dan ook stand.

Werknemers uit de grensstreek: werkelijke extraterritoriale kosten

Met de uitspraak van de Hoge Raad komen werknemers die in de periode voorafgaand aan de tewerkstelling in Nederland binn​en 150 kilometer van de Nederlandse grens woonden, definitief niet meer in aanmerking voor de 30%-regeling. Voor deze werknemers kunnen (hooguit) de werkelijke extraterritoriale kosten belastingvrij worden vergoed.