Het ontwerpvoorstel voor een richtlijn over de bescherming van verborgen knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tracht de bestaande nationale wetten tegen misbruik van bedrijfsgeheimen over de hele Europese Unie op elkaar af te stemmen.

De richtlijn zou de definitie over bedrijfsgeheimen harmoniseren, als ook de maatregelen, procedure en verweren die zouden moeten beschikbaar zijn voor de bedrijfsgeheimeigenaar wanneer deze wordt geconfronteerd met een onwettig(e) verkrijging, gebruik en vrijgave van zijn bedrijfsgeheimen. Onder de richtlijn zouden lidstaten voldoende procedures beschikbaar moeten maken zodanig dat wanneer er zich een dergelijk misbruik voordoet, de bedrijfsgeheimeigenaar kan vragen aan een nationale rechter om:

  1. Voorlopige en voorzorgsmaatregelen toe te kennen die een einde maken aan het onwettige gebruik en daaropvolgende vrijgave van zijn bedrijfsgeheimen;
  2. Een rechterlijk bevel toe te kennen om de goederen van de markt te halen die zijn geproduceerd gebruik makend van de misbruikte bedrijfsgeheimen;
  3. Een schadevergoeding toekennen voor de onwettige vrijgave van zijn bedrijfsgeheimen.

Na discussies over verschillende onderwerpen inclusief het respecteren van de vrijheid van meningsuiting en informatie over de bescherming van klokkenluiders, werd het wetsvoorstel goedgekeurd door het comité voor juridische zaken op 16 juni en informele discussies met de Raad (van de EU) werden gestart om tot een akkoord in eerste lezing te komen. Een eerste verslag bedoeld om voor de voltallige eerste-lezing zitting te worden ingediend is reeds uitgegeven op 22 juni en een indicatieve zitting datum is reeds gepland op 24 november 2015.