Turboliquidatie is een snelle manier om een vennootschap te liquideren. De algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap besluit tot ontbinding van de vennootschap, waardoor de vennootschap ophoudt te bestaan. De ontbinding dient vervolgens te worden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (artikel 2:19 lid 4 BW).

Op 27 juni 2016 heeft de Rechtbank Gelderland een uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2016:3490,) gedaan over de vraag of een turboliquidatie van een rechtspersoon mogelijk is indien de rechtspersoon op het tijdstip van ontbinding geen baten maar wel schulden heeft. In casu betrof het een vordering van een werkneemster tot betaling van onder andere de transitievergoeding.

De rechtbank komt tot de conclusie dat turboliquidatie mogelijk is indien de vennootschap geen baten heeft maar wel schulden. De rechtbank sluit daarbij aan bij de conclusie van de advocaat-generaal bij het arrest van de Hoge Raad van 18 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3636,). De advocaat-generaal schrijft hierin dat artikel 2:19 lid 4 BW zonder meer stelt dat de rechtspersoon ophoudt te bestaan als er op het tijdstip van de ontbinding geen baten zijn. Indien de wetgever gewenst zou hebben dat turboliquidatie niet mogelijk was ingeval de vennootschap geen baten maar wel schulden had, zou de wetgever deze uitzondering hebben opgenomen in de wet.

Turboliquidatie van vennootschappen is derhalve mogelijk indien de vennootschap geen baten heeft. Of de vennootschap schulden heeft, is niet relevant.

Bij gebruik van een turboliquidatie dient de nodige zorgvuldigheid in acht te worden genomen. Turboliquidatie is immers regelmatig negatief in het nieuws. Juist vanwege het feit dat een onderneming met schulden via turboliquidatie snel kan worden opgeheven, kunnen fraudeurs hiervan profiteren. Het voordeel voor fraudeurs is dat er ingeval van turboliquidatie geen curator wordt aangesteld. Schuldeisers zijn daardoor onbeschermd.