Het CBb heeft in een recente uitspraak van 25 juli 2016 bevestigd dat een kleinverbruiker geen recht heeft op een aansluiting op het regionale gastransportnet in warmtegebieden.

Regulatoir kader

Binnen de gebieden zoals omschreven in artikel 3.2.1 Gebiedsindeling Gas, heeft een kleinverbruiker recht op een aansluiting (zoals bedoeld in artikel 10 lid 6 sub a Gaswet) op het regionale gastransportnet (artikel 4.1 Gebiedsindeling). Artikel 10 lid 6 sub a Gaswet luidt: Een netbeheerder heeft, in aanvulling op de in het eerste, derde en vijfde lid genoemde taken, in het voor hem krachtens artikel 12f vastgestelde gebied tevens tot taak om(…) een ieder die verzoekt om een aansluiting die een doorlaatwaarde heeft van ten hoogste 40 m3(n) per uur te voorzien van deze aansluiting(…).

De Gebiedsindeling bevat de gebiedsindeling van de netbeheerders als bedoeld in artikel 12b lid 1 sub f Gaswet. Uiterlijk op 1 juli van elk oneven jaar moeten de netbeheerders een voorstel tot actualisering van de Gebiedsindeling indienen bij ACM, waarna ACM de Gebiedsindeling vaststelt. In afwijking van artikel 4.1 Gebiedsindeling bepaalt artikel 12b lid 1 sub f Gaswet jo. 4.2 Gebiedsindeling dat een kleinverbruiker geen recht op een aansluiting heeft indien de aan te sluiten gasinstallatie(s) zich bevind(t)(en) in een gebied waarin zich een warmtenet als bedoeld in artikel 1 sub c Warmtewet bevindt of gaat bevinden.

In een uitspraak van 22 april 2014 heeft het CBb een (eerdere versie van het) besluit van ACM tot vaststelling van de Gebiedsindeling deels vernietigd. Naar aanleiding van de uitspraak van het CBb heeft ACM, na een daartoe strekkende voorstel van de netbeheerders, een nieuwe Gebiedsindeling vastgesteld. De Gebiedsindeling duidt thans warmtenetten aan de hand van de postcodes van de aansluitingen op de warmtenetten aan (zie bijlage 1 van de Gebiedsindeling).

CBb-uitspraak van 25 juli 2016

In de uitspraak van 25 juli 2016 moest het CBb beoordelen of een bewoner, appellant, recht heeft op een aansluiting op een gasnet indien de bewoner met zijn woning is aangesloten op een warmtenet. De bewoner heeft een woning in het stadsdeel Ypenburg van de gemeente Den Haag. De woning van de bewoner wordt voorzien van warmte via het in dat gebied gelegen warmtenet. De bewoner heeft bij Stedin Netbeheer B.V., de regionale netbeheerder (hierna: Stedin), op de voet van artikel 10 lid 6 sub a Gaswet een verzoek ingediend om een gasaansluiting. Stedin heeft het verzoek afgewezen. Stedin heeft de bewoner onder meer aangegeven dat een kleinverbruiker geen recht heeft op een aansluiting indien de aan te sluiten gasinstallaties zich bevinden in een warmtegebied. Daarop heeft de bewoner bij ACM een aanvraag tot geschilbeslechting ingediend. ACM heeft de klacht van de bewoner ongegrond verklaard. Appellant heeft vervolgens tegen dit besluit beroep bij het CBb ingesteld.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt naar het oordeel van het CBb dat artikel 10 lid 6 Gaswet, anders dan de Elektriciteitswet, geen absoluut recht op aansluiting omvat. Het recht op aansluiting, en daarmee de aansluitplicht, is begrensd in artikel 4.2 sub a Gebiedsindeling. Het uit artikel 66f Gaswet voortvloeiende recht van daadwerkelijke leverancierskeuze bestaat, aldus het CBb, bovendien binnen het kader van het recht op aansluiting. Uit Europese jurisprudentie vloeit slechts voor elektriciteitsnetwerken, anders dan voor gasnetwerken, een recht op aansluiting voort. Het CBb is daarnaast van oordeel dat in het kader van de Gaswet in dit geval geen sprake is van gelijke gevallen die ongelijk behandeld worden. De afnemers binnen het warmtegebied zijn immers niet gelijk aan de afnemers buiten het warmtegebied. Het CBb heeft het beroep ongegrond verklaard en dat betekent dat Stedin terecht heeft geweigerd om een gasaansluiting te realiseren.