Op 24 augustus 2015 werd door Tweede Kamerleden Henk Nijboer (PvdA) en Ed Groot (PvdA) de Initiatiefnota over private equity: einde aan de excessen ingediend. Hierin worden twaalf maatregelen voorgesteld die gericht zijn op het bestrijden van beweerdelijke "excessen" van private equity. Onder verwijzing naar voorbeelden als HEMA, NRC Media, Van Gansewinkel, Atteró, Estro en V&D wordt in deze initiatiefnota gesteld dat veel private equity investeerders bedrijven slechts kopen om in korte tijd zoveel mogelijk winst te behalen, met als gevolg dat bedrijven leeggehaald worden en al dan niet in combinatie met externe factoren na een exit "in ontredderde staat" achtergelaten worden. De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (‘NVP’) heeft ons inziens terecht deze nota als feitelijk onjuist en "populistisch" gekenschetst. Het Kabinet heeft recent gereageerd op de initiatiefnota.

Op 21 december 2015 heeft het Kabinet zijn reactie op de initiatiefnota naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze Kabinetsreactie zal met instemming zijn gelezen door de NVP en haar leden. Het Kabinet benadrukt immers het grote belang van private equity voor het Nederlands bedrijfsleven en kwalificeert de door Nijboer en Groot genoemde voorbeelden als "incidenten". Het Kabinet zegt wel toe voornemens te zijn opnieuw onderzoek te laten doen naar de effecten van private equity – teneinde te verifiëren of de onderzoeksconclusie uit 2007 dat die per saldo positief zijn nog steeds opgaat – en daarbij in kaart te brengen in hoeverre private equity investeerders afwijken van andere investeerders. In reactie op de twaalf "maatregelen" uit de initiatiefnota zegt het Kabinet, samengevat, het volgende.

Ten aanzien van de voorgestelde fiscale maatregelen belooft het Kabinet om de renteaftrekbeperking voor overnameholdingstructuren zoals neergelegd in artikel 15ad van de Wet Vpb 1969 op bepaalde punten te verduidelijken. Hierbij geeft het Kabinet wel aan dat het de noodzaak van deze specifieke renteaftrekbeperking bij een latere implementatie van de uitkomsten van de BEPS-discussie (‘Base Erosion and Profit Shifting’) nog wil overwegen. Wat betreft de gevraagde modernisering van de fiscale regels omtrent excessieve beloning stelt het Kabinet voor om eerst de resultaten van de evaluatie van de Wet belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen af te wachten. Het Kabinet laat weten zich aan te sluiten bij de oproep van Nijboer en Groot om aan te haken bij de initiatieven van de OESO en de EU met betrekking tot de fiscale behandeling van groepsrente. Inmiddels is een concept tekst gepubliceerd voor een Europese Richtlijn tegen Base Erosion and Profit Shifting, waarin een algemene renteaftrekbeperking wordt voorgesteld op basis van een percentage van de EBITDA (met zogeheten groepsescape). De verwachting is dat het richtlijnvoorstel eind januari 2016 wordt gepubliceerd.  

De twee voorstellen in de initiatiefnota die zouden neerkomen op een herinvoering van het recent afgeschafte artikel 2:207c BW (het steunverbod) worden afgewezen.

Ten aanzien van de twee voorstellen om de positie van de ondernemingsraad (‘OR’) te versterken, wil het Kabinet eerst nader onderzoeken of hierin wel een terechte zorg besloten ligt – de bestaande wetgeving lijkt immers afdoende – en zo dit het geval zou zijn, in welke vorm dit dan het meest adequaat geregeld zou moeten worden.

De oproep van de initiatiefnemers aan het Kabinet om een visie te geven op de effectiviteit van bestaande bestuurdersaansprakelijkheidswetgeving, wordt beantwoord: het Kabinet verwijst naar een onderzoek van de WODC waaruit blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn voor rechtspersonen om op te treden tegen onbehoorlijke taakvervulling en wijst voorts op de voor 2016 aangekondigde evaluatie van specifieke bepalingen zoals artikel 2:9 BW en de claw back regeling.

Ten aanzien van de noodzaak van transparantie door Nederlandse pensioenfondsen van de kosten van private equity investeringen, wijst het Kabinet erop dat, anders dan de initiatiefnemers lijken te veronderstellen, pensioenfondsen deze openheid reeds geven, en overigens ook gehouden zijn dat te doen op grond van de Pensioenwet.

De oproep van de initiatiefnemers, tenslotte, aan private equity fondsen om volgens standard reporting lines te rapporteren, wordt door het kabinet vooral gezien als een oproep aan de sector zelf en wordt overigens door het Kabinet ondersteund. Dit laatste geldt ook voor de NVP (zie hieronder).

Op 21 december 2015 heeft de NVP een reactie gepubliceerd op de initiatiefnota en de Kabinetsreactie.  De NVP formuleert daarin tevens drie concrete maatregelen naar aanleiding van die twee stukken: de NVP zal haar gedragscode actualiseren op het punt van standard reporting lines, er komt een informatiedocument voor ondernemingsraden die te maken krijgen met private equity investeerders en de NVP en haar leden gaan beter uitleggen hoe private equity bijdraagt aan de economie en de maatschappij.

Source: Corporate Update