Op 14 januari jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in twee procedures over meldingenstelsels voor de aanleg van een uitweg. In deze uitspraken wordt antwoord gegeven op de vraag of en zo ja wanneer tegen een reactie van het college van burgemeester en wethouders op een dergelijke melding bezwaar en beroep bij de bestuursrechter open staat.

In beide uitspraken bepaalde de APV dat het college wordt geacht met het maken van de uitweg te hebben ingestemd als het niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Het college is dus niet verplicht om op de melding te reageren.

Zowel de weigering, acceptatie als niet of niet tijdige reactie zijn appellabele besluiten

Uit de uitspraken van de Afdeling blijkt het volgende:

  • De beslissing van het college het maken of veranderen van een uitweg te verbieden is een besluit waartegen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld.
  • Een binnen vier weken verzonden brief van het college aan de melder die erop neerkomt dat, al dan niet onder voorschriften, met de melding kan worden ingestemd is ook een besluit waartegen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld.
  • Als niet of niet tijdig een brief door het college wordt verzonden staat de rechtsgang bij de bestuursrechter ook open. Het verstrijken van de termijn van vier weken brengt immers met zich dat vanaf dat moment het recht ontstaat met de aanleg van de uitweg te beginnen. Als in de APV een dwingend voorgeschreven termijn is opgenomen, is het college na het verstrijken van die termijn niet langer bevoegd een besluit te nemen. Het college kan die termijn dan ook niet verlengen.
  • Als het college na het verstrijken van de termijn alsnog een reactie verstuurt, is dat besluit onbevoegd genomen.

In de uitspraak over een uitweg in de gemeente Stein heeft dit tot gevolg dat de Afdeling het onbevoegd genomen besluit herroept. Hiermee lijkt de Afdeling het standpunt van de Advocaat-Generaal te volgen dat een te late reactie niet nietig, maar vernietigbaar is.

De volledige tekst van de uitspraken is hier te lezen: ECLI:NL:RVS:2015:14 en ECLI:NL:RVS:2015:36.

Aanbeveling: publiceer de (reactie op de) melding

De Afdeling overweegt dat het aanbeveling verdient dat de reactie op een melding dan wel het besluit van rechtswege algemeen bekend wordt gemaakt door deze te publiceren. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht hoeft de reactie namelijk alleen aan de melder bekend te worden gemaakt. Na deze bekendmaking gaat de bezwaartermijn lopen. Door de beperkte bekendmaking kan echter onduidelijkheid ontstaan over de vraag of en wanneer derde-belanghebbenden op de hoogte zijn geraakt van het bestaan van het besluit. Een door een derde te laat ingediend bezwaarschrift kan in zo’n geval onder omstandigheden verschoonbaar worden geacht. Het kan daarom zowel in het belang van de melder, het college als derden zijn dat tot een algemene bekendmaking wordt overgegaan.

De conclusie van de Advocaat-Generaal

Eerder schreef ik op dit Stibbeblog over de conclusie van de Advocaat-Generaal bij deze uitspraken. Deze conclusie (en de door mij gegeven samenvatting daarvan) is ook na deze uitspraken nog lezenswaardig. De Advocaat-Generaal bespreekt namelijk meer dan in deze uitspraken aan de orde komt. Zo beschrijft hij vier verschillende categorieën meldingenstelsels en gaat hij in op de vraag wat voor soort voorschriften aan een melding kunnen worden verbonden.

Hoe nu verder? Kies voor een vergunningstelsel of een meldingenstelsel met algemene regels!

Uit deze uitspraak volgt in essentie dat eigenlijk alle reacties op een melding (verbieden, accepteren en niet of te laat reageren) allemaal appellabele besluiten zijn. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of een meldingenstelsel nog toegevoegde waarde heeft boven een vergunningstelsel. Inmiddels is (zo blijkt uit de uitspraak) de model-APV al gewijzigd door als alternatief voor het meldingenstelsel voor uitwegen een vergunningstelsel voor te stellen, namelijk de verplichting om een omgevingsvergunning aan te vragen.

Er is echter ook nog een andere optie. De Afdeling overweegt expliciet dat de gemeentelijke wetgever ook kan kiezen voor een alternatieve regeling, namelijk voor een meldingenstelsel dat wordt beheerst door algemene regels en waarbij niet is voorzien in een reactie van enig bestuursorgaan. Een dergelijke regeling zou vergelijkbaar zijn met de meldplicht uit het Activiteitenbesluit. In dat geval wordt in de regeling bepaald dat een uitweg mag worden aangelegd indien wordt voldaan aan bepaalde in de regels gestelde voorschriften en dat in overige gevallen een vergunning moet aangevraagd.

Ook in de Omgevingswet wordt uitgegaan van een dergelijk meldingenstelsel als alternatief voor de omgevingsvergunning (artikel 4.4 en 4.5). In het omgevingsplan, de waterschapsverordening en de omgevingsverordening kan worden bepaald dat het verboden is om zonder voorafgaande melding een bepaalde activiteit te verrichten. Een dergelijke melding resulteert niet in een (appellabel) Awb-besluit. Het bevoegd gezag kan op basis van een melding wel besluiten maatwerkvoorschriften op te leggen. Tegen zo’n beschikking tot vaststelling van maatwerkvoorschriften kunnen wel bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend.

Afronding

Met deze uitspraken is duidelijker geworden wat de juridische status van een melding is. Uit de uitspraken volgen voor bestuursorganen twee concrete aanbevelingen:

  1. Ga over tot de (onverplichte) publicatie van de reactie op een melding. Zowel de schriftelijke weigering, schriftelijke acceptatie als toestemming van rechtswege zijn appellabele besluiten waardoor een algemene bekendmaking bijdraagt aan de rechtszekerheid van alle betrokken partijen.
  2. Neem al uw meldingenstelsels eens onder de loep: 

Is uw meldingenstelsel vergelijkbaar met dit stelsel? Zo ja, is voortzetting van uw meldingenstelsel zinvol als alle reacties toch appellabele besluiten zijn of kan dit meldingenstelsel wellicht beter omgevormd worden tot:

  1. een regulier vergunningstelsel (met bestuursrechtelijke rechtsbescherming); of 
  2. een meldingenstelsel met algemene regels zonder reactie van enig bestuursorgaan (waartegen geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open staat).