Gemeenten en provincies maken de laatste jaren op grote schaal gebruik van de mogelijkheid om publieke taken via een privaatrechtelijke rechtsvorm uit te voeren. Een besluit daartoe moest tot voor kort worden goedgekeurd door gedeputeerde staten of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit vereiste is per 1 februari jl. uit de Gemeentewet en de Provinciewet verwijderd. Provinciale staten of de gemeenteraad hebben nog wel de mogelijkheid om wensen en bedenkingen uit te spreken voordat gemeenten of provincies besluiten deel te nemen in privaatrechtelijke rechtspersonen.

In de praktijk bestaat de behoefte om privaatrechtelijke samenwerkingsvormen te gebruiken voor de uitvoering van publieke taken. Decentrale overheden kiezen vooral voor de privaatrechtelijke samenwerkingsvormen wanneer het gaat om taken op het gebied van uitvoering, dienstverlening of beheer. De reden hiervoor is dat privaatrechtelijke samenwerking slagvaardiger blijkt te zijn. Daarnaast is het wat betreft kosten/baten verhouding vaak gunstiger dan publiekrechtelijke samenwerking. Decentrale overheden moeten waar mogelijk zelf kunnen beslissen over zaken die hen aangaan en moeten bewegingsruimte hebben bij de uitvoering van hun taken. De praktijk zou daarom niet meer in overeenstemming zijn met de wet. Het vervallen van het goedkeuringsvereiste komt de autonomie van decentrale overheden ten goede.

De regering heeft er wel voor gekozen de wettelijke voorkeur voor publiekrechtelijke regeling boven privaatrechtelijke regeling in stand te houden. De gedachte hierachter is dat het publiekrecht meer waarborgen biedt ten aanzien van het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, beïnvloedingsmogelijkheden, toezicht, democratische controle en openbaarheid. Mede in het licht van deze wijziging is er door de overheid een handreiking gemaakt. Met deze handreiking kunnen decentrale overheden een goed onderbouwde keuze maken tussen publiek- en privaatrechtelijke regeling van publieke taken en daarbij alle relevante aspecten afwegen.