De mannelijke politicus noemde de vrouwelijke een ‘huilebalk’, de vrouwelijke minister sloeg terug met ‘machogedrag’ – het ging er kortom reuze genderneutraal aan toe toen in de Duitse politiek gedebatteerd werd over een verplicht quotum voor vrouwen in de top van het bedrijfsleven.  

Afgelopen november is het ervan gekomen: de 108 grootste Duitse bedrijven worden verplicht om per 2016 hun topposities voor dertig procent gevuld te hebben met vrouwen. Op straffe van sancties. Wat fijn, spotte columnist Dagmar Engel van Deutsche Welle, voor al die mannen dat ze niet langer in hun eentje de verschrikkelijke last hoeven te dragen van het uitoefenen van macht en invloed op hoog niveau. Galant als ze zijn, hebben ze getracht vrouwen te beschermen tegen dit lot, maar nu hebben hogere machten anders beslist. Het quotum halen, zou moeten lukken, denkt Engel: Duitsland telt zo’n tachtig miljoen inwoners van wie grofweg de helft vrouw is. Hoe moeilijk kan het zijn om een derde deel van de goeddeels middelmatige mannen in besturen te vervangen door even middelmatige vrouwen?

Noors voorbeeld

Niet zo moeilijk, zo bleek in Noorwegen, de bakermat aller vrouwenquota. Noorwegen besloot in het vorige decennium al tot een quotum van minimaal 40 procent vrouwen op bestuurlijke functies in het (beursgenoteerde) bedrijfsleven – als eerste. Die vrouwen kwamen er, al was het maar omdat rebellerende bedrijven gruwelijke sancties boven het hoofd hingen. Ze zijn uitstekend gekwalificeerd en doen niet onder voor hun mannelijke voorgangers, blijkt uit studies. Een verrassing is dat nauwelijks, want meisjes doen het op school al geruime tijd beter dan jongens, én de kwaliteit van mannen in de top van het bedrijfsleven is niet, hoe zeg ik dit netjes, per definitie altijd van topkwaliteit.

Er is een maar, natuurlijk is er een maar. Zo is het beeld geflatteerd doordat Noorse bedrijven massaal de beurs ontvluchtten om aan de vrouwenplicht te ontkomen. Er was bezorgdheid over het ontstaan van ‘gouden rokjes’: een select clubje vrouwen met een waaier aan commissariaten.  Bovendien heeft de vervrouwelijking van  het bestuur en het toezicht niet geleid tot substantieel meer vrouwelijke CEO’s in Noorwegen: circa zes procent te-genover vijf procent in de quotumloze Verenigde Staten. Uit ander onderzoek blijkt bovendien dat het vrouwenquotum aan de top geen positieve gevolgen heeft gehad voor vrouwen op andere, lagere posities. Een quotum aan de top leidt niet per se tot versteviging van de hele carrièreladder voor vrouwen.

Biologisch hiaat

Nederland doet niet aan quota. Ja, officieel wel, met die 30 procent in raden van bestuur en raden van commissarissen voor grotere bedrijven in 2016. Een streven, geen verplichting, waar bedrijven eenvoudig onderuit kunnen als ze maar uitleggen dat ze heus gezocht hebben, maar dat ze enkel vrouwen tegenkwamen die te weinig ambitieus, te onzeker, te ondergekwalificeerd, te lui of te zeer gehecht aan aanrecht en kinderwagen zijn. Ze mogen ook hun lobbyvoorman Hans de Boer citeren, die ‘een biologisch hiaat’ bij vrouwen ontwaart. De VNO-NCW voorman deed deze uitspraak onlangs in alle ernst in een landelijke krant, en geen van zijn contributie betalende leden stond op en zei publiekelijk: “Sorry, deze uitspraak deed hij niet namens mij”.

Er zit schot in

Hoewel er beslist schot zit in de opmars van vrouwen, zo blijkt uit de Female Board Index voor Nederland die hoogleraar Corporate Governance Mijntje Lückerath elk jaar samenstelt, zal de dertig procent voor Nederland vermoedelijk pas in 2020 gehaald worden voor raden van commissarissen en in 2033 voor raden van bestuur. Dat het zo langzaam gaat in met name West-Europa, is mogelijk te verklaren uit de kansenparadox: regelingen die de kansen voor vrouwen vergroten om betaalde arbeid te verrichten en om werk en zorg te combineren, belemmeren tegelijkertijd hun promotiekansen. De keerzijde van voorzieningen die het leven makkelijker moeten maken – recht op deeltijdwerk, ouder- en zwangerschapsverlof, schooltijdbanen – is dat ze doorstoten naar de top voor vrouwen lastiger maken. Uit stapels onderzoek blijkt dat dit soort zaken de arbeidsparticipatie van vrouwen reuze bevordert, maar dat tegelijkertijd werkgevers hierdoor minder graag investeren in promotiekansen voor álle vrouwen – niet alleen voor die vrouwen die van de regelingen gebruikmaken. Zo blijven de bestbetaalde en machtigste functies onder mannen verdeeld, neigen vrouwen naar banen in de ‘typisch vrouwvriendelijke’ publieke dienstensector en blijven loon- en functiehoogteverschillen tussen mannen en vrouwen in stand. In landen met soberder regelingen, zoals de Verenigde Staten, is de kans dat een vrouw een topfunctie bekleedt bijna drie maal zo groot als in Nederland, los van haar individuele kenmerken.

Zou een verplicht quotum voor Nederland schot in de zaak brengen en de kansenparadox doorbreken? Ongetwijfeld,  tot op zekere hoogte, al zijn weingen voor. Weinig vrouwen zullen als quotum-Truus willen worden binnengehaald. Jet Bussemaker, minister van Emancipatiezaken, vindt quota ‘een paardenmiddel’, al houdt ze graag de dreiging van Duitse toestanden achter de hand. Hoogleraar Mijntje Lückerath ziet liever bewustwording bij (mannelijke) sollicitatiecommissies waar de diep-menselijke neiging om voor ‘het bekende’ te kiezen conform irrationele vooroordelen nog altijd overheerst. En dan hebben we Hans de Boer nog, met zijn geringe fiducie in vrouwen met hun ‘biologisch hiaat’.

Zwijnenprijs

Volgens Lückerath, zo zei ze bij diverse gelegenheden, vindt een toenemend aantal bedrijven het zo langzamerhand wel ‘een kwestie’ als ze moeten opbiechten dat er nul vrouwen in het bestuur en/of in het toezicht zitting hebben. Sociale druk, veranderende inzichten over maatschappelijke verantwoordelijkheid, nieuwe opvattingen over ouderschapsverlof en schooltijdbanen voor mannen, het inzicht dat een periode van babyverlof geen hinderpaal voor een carrière hoeft te zijn, objectievere personeelsselectie: allemaal doen ze hun werk, zij het langzaam.

Dat kan sneller. Niet met zijïge handvesten en andere loze beloften. Wel met een schandpaal, en een jaarlijkse zwijnenprijs voor bedrijven die maar op de nul blijven steken. Jaarlijks uit te reiken door Hans de Boer. 

Sheila Sitalsing