Elk jaar formuleert het College bescherming persoonsgegevens (“Cbp“) een aantal speerpunten waarop het zich, mede gelet op zijn beperkte capaciteit, richt. Zowel in 2013 als 2014 is de bescherming van de privacy binnen de arbeidsrelatie als speerpunt aangemerkt. Gelet op de financiële afhankelijkheidsrelatie tussen werkgever en werknemers en de toenemende druk die als gevolg van de economische crisis op werknemers rust, verkeert de werknemer ten aanzien van het beschermen van zijn privacy in een kwetsbare positie. Het Cbp heeft diverse signalen ontvangen dat uitzendbureaus de privacy van uitzendkrachten schenden. In een uitzendrelatie fungeert het uitzendbureau als werkgever van de uitzendkracht. Het Cbp heeft om deze redenen besloten om bij twee grote uitzendbureaus een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp“).

Controle identiteit

Uit de onderzoeken is naar voren gekomen dat de uitzendbureaus volgens het Cbp op diverse punten de wet overtreden. Zo worden onder meer kopieën van ID-bewijzen gemaakt zodra een uitzendkracht zich inschrijft bij een uitzendbureau en worden deze kopieën gedeeld met potentiële opdrachtgevers. Het maken van een kopie van een ID-bewijs is alleen toegestaan als hiervoor een wettelijke grondslag bestaat, bijvoorbeeld op grond van de Wet op de loonbelasting of de Wet arbeid vreemdelingen of wanneer dit noodzakelijk is ter uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene. De achtergrond hiervan is dat het rondzwerven van kopietjes van ID-bewijzen kan leiden tot identiteitsfraude. Ook bevatten ‘kopietjes paspoort’ gegevens over iemands ras en nationaliteit waarbij het (vroegtijdig) delen van deze informatie kan leiden tot discriminatie. Daarnaast leidt dit ertoe dat zonder wettelijke grondslag het Burger Service Nummer (“BSN“) van de uitzendkracht wordt verwerkt. Zolang iemand nog niet daadwerkelijk aan de slag is voor het uitzendbureau, kan geen beroep worden gedaan op een van de voornoemde uitzonderingen. De wettelijke verplichtingen om een kopie van een ID-bewijs en het BSN te verwerken ontstaan namelijk pas op het moment dat iemand daadwerkelijk aan de slag gaat voor het uitzendbureau. Daarmee zal het ook dan pas noodzakelijk zijn om deze gegevens, mede gelet op het uitvoeren van de uitzendovereenkomst met de betrokkene, te verwerken.

De voor de uitzendbureaus noodzakelijke controle van iemands identiteit tijdens het selectieproces, kan wel op rechtmatige wijze plaatsvinden door de uitzendkracht zijn of haar ID-bewijs te laten tonen en dit door de intercedent te laten controleren. De uitzendbureaus kunnen zich in deze zienswijze van het Cbp niet vinden: zij vinden de werkwijze onpraktisch en zijn bang voor persoonsverwisselingen, juist omdat uitzendkrachten vaak meerdere intercedenten spreken.

Verzuimregistratie

Het Cbp constateerde daarnaast dat beide uitzendbureaus te veel gegevens over uitzendkrachten die zich ziek melden, verwerken. De uitzendbureaus noteren namelijk de aard en de oorzaak van de ziekte. Dat is niet toegestaan. In lijn met de eerdere onderzoeken naar het verwerken van gegevens van zieke werknemers door verzuimbureaus en arbodienstverleners, oordeelt het Cbp dat uitzendbureaus alleen mogen noteren dat iemand ziek is en in welke mate hij/zij arbeidsongeschikt is. Daarbij geldt dat dit alleen mag indien dat noodzakelijk is voor de re-integratie of de begeleiding van de werknemer in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid of om aan wettelijke verplichtingen te voldoen.

Strafrechtelijke antecedenten

Uitzendbureaus willen voor bepaalde functies ook mensen kunnen screenen op hun strafrechtelijke verleden. Op grond van de Wbp is het verwerken van strafrechtelijke gegevens in beginsel echter verboden, tenzij een beroep kan worden gedaan op een wettelijke uitzondering. In de praktijk wordt vaak gewerkt met een Verklaring Omtrent het Gedrag (“VOG“). Deze bevat geen informatie over de mogelijke veroordelingen van een persoon. Omdat de aanvraag van een VOG enige tijd in beslag kan nemen, vragen de uitzendbureaus aan de uitzendkrachten onder meer om een zogenaamde ‘Eigen Verklaring’ in te vullen, waarop zij zelf aangeven of zij wel of geen strafbare feiten hebben begaan. Indien de uitzendkrachten strafrechtelijke feiten via deze verklaring melden, is er sprake van de verwerking van strafrechtelijke gegevens. Deze verklaring wordt ook met opdrachtgevers van het uitzendbureau gedeeld. De uitzendbureaus stellen zich onder meer op het standpunt dat dit is toegestaan omdat zij hiervoor toestemming vragen aan de uitzendkracht. Volgens het Cbp gaat een beroep op toestemming echter niet op: om een geslaagd beroep op de uitzonderingsgrond van toestemming te kunnen doen, moet deze toestemming vrijelijk worden gegeven. Nu de uitzendkracht zich in een afhankelijkheidsrelatie t.o.v. het uitzendbureau bevindt, zal van een dergelijke vrije toestemming geen sprake zijn.

Religieuze symbolen

Een van de uitzendbureaus noteerde soms ook het feit dat een uitzendkracht een hoofddoek droeg. Het is in beginsel verboden om dergelijke informatie te verwerken, juist omdat dit kan leiden tot discriminatie op grond van godsdienst of levensovertuiging. Er bestaat geen wettelijke uitzondering die het voor de uitzendbureaus mogelijk maakt om deze gegevens alsnog te verwerken.

Bewaartermijn en follow up

Tot slot bleek dat de uitzendbureaus de gegevens van de uitzendkrachten veel te lang bewaarden. Op grond van de Wbp mogen persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan dat dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld om aan wettelijke bewaarplichten te voldoen. De gegevens werden echter in bepaalde gevallen maar liefst 24 (!) jaar bewaard.

Voor bedrijven en overheden blijft de praktische uitwerking van de verplichtingen van de Wbp waaraan zij als werkgever moeten voldoen, vaak een struikelblok. Het Cbp heeft daarom begin 2014 diverse do’s en don’ts gepubliceerd waarin op begrijpelijke wijze uitleg wordt gegeven over de omgang met de privacy van de werknemer op de werkvloer. Ten aanzien van het verwerken van kopieën van identiteitsbewijzen verschenen al eerder nuttige richtsnoeren.

De onderzochte uitzendbureaus hebben inmiddels beterschap beloofd en hebben hun werkwijze aangepast of zijn hiermee bezig. Het Cbp houdt de komende tijd de vinger aan de pols: indien de overtredingen niet worden beëindigd kan het Cbp besluiten om handhavende maatregelen te nemen, zoals het opleggen van een last onder dwangsom. Voor de uitzendbureaus geldt daarom: werk aan de winkel!