Op 4 september 2015 hebben de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangekondigd te gaan komen met één onderwijswet voor sectoroverstijgende thema’s. Deze algemene onderwijswet wordt in fasen tot stand gebracht. Aanleiding is de toenemende, belemmerende regeldruk in de onderwijssector.  Wij juichen één sectoroverstijgende onderwijswet toe, maar het is wel de vraag of daarmee de regeldruk daadwerkelijk wordt verminderd.

Regeldruk in het onderwijs

Al geruime tijd wordt in de onderwijssector een (te) grote regeldruk ervaren. Regeldruk in kwantiteit en kwaliteit: het aantal regels en het soort regels (op wetsniveau of bijvoorbeeld op het niveau van de Inspectie in de vorm van beleid) respectievelijk de duidelijkheid van en bekendheid met regels. Wanneer er een overvloed aan regels is waaraan moet worden voldaan en/of regels niet duidelijk zijn (rechtszekerheid), kan dat de naleving ervan in het gedrang komen.

Van de regeldruk maakt wat ons betreft ook onderdeel uit het (wettelijke) sanctie-instrumentarium in de onderwijssector dat de laatste jaren ook sterk is verruimd. Bovendien lijkt het dat er op dat de toezichthouder vaker en eerder ingrijpt. Deze tendens vereist naar ons idee te meer dat het aantal en soort na te leven regels figuurlijk behapbaar is en dat de inhoud van die regels voldoende duidelijk en rechtszeker is.

In november 2014 besteedde de Vereniging voor onderwijsrecht in wetenschap en praktijk (NVOR) aan dit onderwerp aandacht, ten behoeve waarvan wij het preadvies ‘Publiekrechtelijke sturing van prestaties in het onderwijs: afspreken, interveniëren en openbaar maken’ (ISBN: 9789012394147) hebben geschreven.

Een algemene onderwijswet

De minister en staatssecretaris van OCW zijn zich ook bewust van de regeldruk in de onderwijssector en stelden in dat kader in december 2014 bijvoorbeeld de ‘Regeldrukagenda 2014-2017′ op.

Het nu voorliggende idee om (zoveel als mogelijk) te komen tot één onderwijswet waarin sectoroverstijgende thema’s worden opgenomen, is ook één van de remedies tegen de regeldruk. De minister en staatssecretaris lichten dit voorstel onder meer als volgt toe:

Door deze verschillen in benadering en aanpak wordt de onderwijswetgeving steeds complexer en raakt zij meer en meer versnipperd. Dit maakt het voor scholen en andere betrokkenen steeds lastiger om hier hun weg in te vinden. Wij vinden het daarom wenselijk om te kiezen voor een andere, meer integrale, aanpak.” (zie hiervoor de brief d.d. 4 september 2015).

Zoals gezegd, wij juichen dit idee toe. Het is daarbij wel van belang, zoals OCW zelf ook al onderkend, dat de invoering van zo’n algemene onderwijswet zorgvuldig geschiedt en niet (tijdelijk) leidt tot juist een grotere regeldruk. Immers, naast één algemene onderwijswet zal ook altijd de sectorspecifieke sector blijven bestaan.

Is een algemene onderwijswet een remedie tegen regeldruk?

Dat geeft meteen een bruggetje naar een vraag die wij toch moeten stellen. Leidt het verplaatsen van regels van de sectorwetten en/of al bestaande andere wet- en regelgeving naar een algemene onderwijswet inderdaad tot vermindering van regeldruk? Mogelijk deels wel, omdat met het bestaan van zo’n algemene wet in de toekomst eerder duidelijk zal zijn welke regels het fundament van het onderwijs als zodanig betreffen en welke alleen voor een specifieke sector gelden gelet op de bijzondere kenmerken van die sector (zo zullen voor bijvoorbeeld het examen in het voortgezet onderwijs andere eisen gelden dan voor de tentaminering in het hoger onderwijs). Deels echter in ieder geval ook niet, omdat de regeldruk naar ons idee (ook) wordt ervaren als gevolg van:

  1. het aantal regels,
  2. de soms onduidelijke, maar wel vereiste samenhang tussen die regels van verschillende niveaus (wetgeving, lagere regelgeving, toezichtkaders Inspectie en overige gedragslijnen),
  3. het bestaan van regels die voor onderwijsinstellingen niet duidelijk zijn, in die zin dat zij niet weten wat van hen wordt verwacht (bijvoorbeeld ten aanzien van steeds vaker gehanteerde open geformuleerde zorgplichten), en
  4. een en ander bezien in relatie met vaker voorkomende sanctionering van die regels, waarbij bovendien de soorten sancties ook vaker zwaarder zijn, en de openbaarmaking van die sancties op zichzelf ook al potentieel negatieve gevolgen voor onderwijsinstellingen met zich brengt.

Conclusie

Gelet op het voorgaande zou het dus niet alleen mooi zijn wanneer er een algemene onderwijswet komt. Het zou helemaal mooi zijn wanneer bij die exercitie de wetgever/OCW zichzelf ook telkens afvraagt of bepaalde onderwijsregels (i) nog bestaansrecht hebben en/of (ii) in de nieuwe wet duidelijker kunnen worden geformuleerd. Dat biedt dan ook meer basis voor het zo nodig door de overheid interveniëren ten laste van de autonomie van een onderwijsinstelling en het zo nodig sanctioneren.