In 2015 vond de parlementaire enquête over de Fyra plaats, constateerde de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) onregelmatigheden rond de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg en werd president-directeur Timo Huges van de Nederlandse Spoorwegen (“NS”) ontslagen. Deze ontwikkelingen lichtten wij eerder in deze blog toe. 2016 belooft niet veel rustiger te worden voor de spoorsector. Niet alleen is net de vernieuwde Spoorwegwet in werking getreden en starten de onderhandelingen over het Vierde Spoorwegpakket, maar ook zal ACM in 2016 diverse onderzoeken ten aanzien van de spoorsector afronden. Niet kan worden uitgesloten dat ACM in een aantal van die zaken ook daadwerkelijk handhavend gaat optreden.

Als het gaat om vervoer en essentiële faciliteiten richt ACM de pijlen in 2016 niet alleen op het spoor. In oktober 2015 gaf Chris Fonteijn aan dat handhaving van het mededingingsrecht in en om de havens de komende jaren een speerpunt voor ACM zal zijn.

Vernieuwde Spoorwegwet

Op 15 december 2015 is de vernieuwde Spoorwegwet in werking getreden. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de Europese Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte in de Nederlandse regelgeving. Een belangrijk onderdeel van de vernieuwde Spoorwegwet betreft de wijzigingen ten aanzien van de gebruikersvergoeding. Deze vergoeding wordt betaald door een spoorwegonderneming die met een infrastructuurbeheerder een toegangsovereenkomst sluit. De wijzigingen zien met name op de methode voor kostendoorberekening in de gebruiksvergoeding, de opbouw van de gebruiksvergoeding en de onderhandelbaarheid van de gebruiksvergoeding. Ook zijn NS en andere exploitanten van diensten en voorzieningen nu gehouden jaarlijks via een zogeheten stationsportfolio zichtbaar te maken welke tarieven en voorwaarden gelden voor het leveren van diensten en voorzieningen. De vernieuwde Spoorwegwet brengt ook veranderingen mee voor ACM’s rol en bevoegdheden op het spoor. Zo dient ACM een redelijke termijn vast te stellen waarbinnen een exploitant van een dienstvoorziening moet reageren op een verzoek om toegang tot een dienstvoorziening of levering van een dienst. Een andere wijziging is dat ACM, als sprake is van een aanbesteding, de exploitatie van een dienstvoorziening voorafgaand toetst.

Vierde Spoorwegpakket

In 2016 zullen de onderhandelingen over het Vierde Spoorwegpakket worden gestart. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid gebeuren in de eerste helft van 2016. Na de liberalisering van het vrachtvervoer en het internationaal reizigersvervoer richt het vierde pakket zich op liberalisering van de binnenlandse markten voor passagiersvervoer. De achterliggende gedachte is dat door middel van een aantal wetsvoorstellen bestaande barrières worden weggenomen teneinde één Europese spoorwegruimte te creëren. De Europese Commissie wil zo de concurrentie op de binnenlandse personenvervoersmarkten vergroten. Het vierde pakket is er onder andere op gericht verschillende veiligheidsstandaarden en technische systemen in de verschillende lidstaten weg te nemen omdat die verschillen de concurrentie belemmeren. Het vierde pakket heeft verder tot doel de onafhankelijkheid van spoorbeheerders (zoals ProRail) ten opzichte van personenvervoerders te versterken, zowel in financieel als operationeel opzicht. Het is afwachten wat de uitkomst zal zijn van de onderhandelingen. Wel is al duidelijk dat de positie van NS op het hoofdrailnet voorlopig niet wordt aangetast. Het alleenrecht om reizigers over het hoofdrailnet te vervoeren is tot 2025 onderhands gegund aan NS. Voormalig staatssecretaris Mansveld heeft te kennen gegeven dat dit niet haaks staat op de doelstellingen van het Vierde Spoorwegpakket.

Onderzoeken spoor ACM

ACM concludeerde in juni 2015 in een besluit dat NS tijdens de aanbesteding voor een OV-concessie in Limburg concurrent Veolia in strijd met de Spoorwegwet had benadeeld. Daarmee is de kous voor NS nog niet af want ACM onderzoekt nog of NS bij dezelfde aanbesteding in Limburg ook artikel 24 Mededingingswet heeft geschonden (zie ook onze eerdere blog). De uitkomst van dit onderzoek zal in 2016 duidelijk worden.

Ook wordt in 2016 duidelijk wat ACM zal doen met het recente eindrapport over de Nederlandse spoormarkt van Europe Economics. Daarin wordt geconcludeerd dat NS een economische machtspositie heeft op de markt voor personenvervoer. DB Schenker heeft volgens het rapport mogelijk een machtspositie op deelmarkten waar goederenvervoer per weg of binnenvaartschip geen alternatief vormt. ACM heeft te kennen gegeven het rapport te willen gebruiken voor toekomstige onderzoeken en besluitvorming. ACM geeft als voorbeeld het opleggen van de verplichting voor een partij met een machtspositie op een spoorvervoersmarkt om zijn diensten en voorzieningen boekhoudkundig te scheiden en de besluitvorming over toegang tot deze diensten en voorzieningen onafhankelijk te organiseren.

Ook ProRail bleef in 2015 niet buiten schot. Op verzoek van ArrivaVeoliaSyntus en Connexxionbepaalde ACM dat de gebruiksvergoedingen voor lichte treinen lager moesten zijn dan ProRail had bepaald. ProRail diende hiervoor een nieuw voorstel in, maar werd eind 2015 nogmaals teruggefloten door ACM. De onderbouwing van Prorail’s tarieven moet volgens ACM op onderdelen worden verbeterd. ProRail zal de tarieven en onderbouwing uiterlijk 1 juni 2016 moeten voorleggen aan ACM.

ACM’s nieuwe speerpunt: havens

Chris Fonteijn bevestigde in oktober 2015 dat ACM meerdere onderzoeken heeft lopen in de Rotterdamse haven. Een lopend onderzoek betreft mogelijke schending van het verbod op misbruik machtpositie door containerbedrijf ECT. Een ander lopend onderzoek ziet op overtreding van het kartelverbod door sleepbedrijven. Hier blijft het waarschijnlijk niet bij want Chris Fonteijn gaf aan de concurrentie tussen bedrijven in de Rotterdamse haven te zien als één van ACM’s speerpunten voor de komende jaren. Een woordvoerder van ACM liet aan het Financieele Dagblad weten dat ACM signalen had ontvangen over een aantal sectoren in de haven. Die signalen en het grote economische belang vormen voor ACM de reden om extra aandacht te besteden aan havens en de bedrijven daaromheen. Het is gezien deze ontwikkeling dan ook niet verassend dat havens en transport onlangs op ACM’s agenda 2016 -2017 zijn geplaatst. ACM benadrukt in haar agenda dat bedrijven in de havens en in het transport eerlijk met elkaar dienen te concurreren. Een gebrek aan concurrentie in de zeehavens en het transport daaromheen kan volgens ACM leiden tot hogere prijzen voor producten en is slecht voor de innovatie. Wat hier ook van zij, duidelijk is dat ACM haar pijlen in 2016 wil richten op handhaving van het mededingingsrecht bij bedrijven in en om de (Rotterdamse) haven. Alle relevante informatie bij een bedrijfsbezoek (inval) van ACM en/of de Europese Commissie is te raadplegen via invalacm.nl.