Een werknemer van de gemeente Eindhoven is al jaren lid van de Ondernemingsraad (de "OR") van diezelfde gemeente. Na verloop van tijd stelt de OR dat het OR-lid de werkzaamheden van de OR ernstig zou belemmeren. Het OR-lid zou handelen op basis van geruchten, of zoals het OR-lid het zelf noemt, het zogenaamde "wandelgangenorakel". Het OR-lid weigert om deze geruchten te onderbouwen en trekt het handelen van de OR in twijfel. Ook handelt het OR-lid in strijd met de gedragscode van de OR, maakt hij zich schuldig aan stemmingmakerij, laat hij zich kritisch uit over de OR en het heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden, aldus de OR.

De OR stelt dat het OR-lid geen enkel zelfinzicht toont en niet bereid is om aan een oplossing mee te werken. Ook is de samenwerking met de OR onmogelijk gemaakt. De OR heeft unaniem het vertrouwen in het OR-lid opgezegd. De OR verzoekt vervolgens de kantonrechter te Oost-Brabant om op grond van artikel 13 van de Wet op de Ondernemingsraden ("WOR") het OR-lid uit te sluiten van alle werkzaamheden van de OR voor de rest van de zittingsperiode.

Een artikel 13 WOR-procedure kan zowel de door de ondernemer (in het onderhavige geval de gemeente) als de OR worden opgestart. De ondernemer kan een dergelijke procedure uitsluitend starten op grond van het feit dat het betrokken lid van de OR het overleg van de OR met de ondernemer ernstig belemmert. De OR kan een dergelijke procedure uitsluitend starten op grond van het feit dat de betrokkene de werkzaamheden van de OR ernstig belemmert. Het is meestal de OR die een artikel 13 WOR-procedure start.

Uitspraak kantonrechter Oost-Brabant

Het OR-lid stelt dat de OR hem onterecht als "lastig" en als een "dwarsligger" typeert. Hij betwist dat de OR gemotiveerd heeft aangetoond dat hij de OR ernstig heeft belemmerd. Het is juist de OR die een proactieve, kritische houding van een OR-lid niet kan waarderen, aldus het OR-lid. Hij zou niet handelen op basis van geruchten, maar hij wenst geen namen en rugnummers van zijn informatiebronnen te noemen, omdat de jarenlange ervaring in de gemeenteraad hem heeft geleerd dat dit tot repercussies voor de betrokken personen kan leiden. Daarnaast betwist het OR-lid dat hij de geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden. Verder stelt het OR-lid dat hij aan mediation wenst mee te werken, nadat de OR zijn naam heeft gezuiverd.

De kantonrechter stelt voorop dat de OR binnen een onderneming een publieke functie heeft waarin de verschillende groepen uit de onderneming zijn vertegenwoordigd. Wil een OR-lid worden uitgesloten, dan moet er sprake zijn van ernstige belemmeringen van de werkzaamheden van de OR. Van een ernstige belemmering kan sprake zijn als een groot deel van de OR weigert om nog langer met het OR-lid samen te werken. Het zijn van een kritisch OR-lid kwalificeert niet als een ernstige belemmering, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelt dat de OR meerdere malen heeft herhaald dat kritisch zijn is toegestaan, maar dat het OR-lid de samenwerking met andere OR-leden ondermijnt als hij de gemaakte afspraken openlijk afvalt. Het OR-lid trekt, door het in het openbaar kritiek te leveren die de OR raakt, het handelen van de OR en zijn integriteit in twijfel. Op het moment dat de OR ernstig wordt belemmerd in zijn functioneren, gaat dit ten koste van alle werknemers, aldus de kantonrechter. Aan deze situatie moet zo snel mogelijk een einde worden gemaakt, temeer omdat de gemeente zich in een indringend reorganisatieproces bevindt.

De kantonrechter is van oordeel dat de OR voldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin artikel 13 WOR kan worden toegepast. Dat het OR-lid weigert om - ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe door de gemeente - met de gemeente in gesprek te treden om tot een oplossing te komen, wordt hem door de rechter zwaar aangerekend. De rechter wijst de vordering van de OR dan ook toe, met als gevolg dat het OR-lid wordt uitgesloten van alle werkzaamheden van de OR voor de rest van de zittingsperiode.

Lijn in de rechtspraak

De rechtspraak over artikel 13 WOR is zeer schaars. Uit de geringe aantal uitspraken volgt evenwel duidelijk dat rechters zich zeer terughoudend opstellen bij de toewijzing van een verzoek op grond van artikel 13 WOR. Een verzoek op grond van artikel 13 WOR wordt dus niet snel toegewezen. Gelet op de houding en gedrag van het OR-lid in deze zaak is het echter begrijpelijk dat de kantonrechter heeft geoordeeld dat het OR-lid de werkzaamheden van de OR ernstig heeft belemmerd. Dat het OR-lid ook niet mee wilde werken aan mediation - althans daar allerlei voorwaarden aan stelde - spreekt ook niet in zijn voordeel, aldus de kantonrechter.

Conclusie

Het is aan de OR zelf om ervoor te zorgen dat de verschillende leden van de OR goed functioneren en met elkaar samenwerken. Dat de leden van de OR van mening kunnen verschillen over het in te nemen standpunt, is inherent aan de samenstelling van de OR. De OR bevat immers dikwijls leden uit verschillende lagen van de organisatie. Als deze meningsverschillen uit de hand lopen, is het aan de OR om dit op te lossen door bijvoorbeeld een bemiddelaar of mediator te betrekken. Pas als ook dit geen soelaas biedt, is een artikel 13 WOR-procedure aan de orde. Een dergelijke procedure is dan ook eerder uitzondering dan regel.