Jumbo versus FNV & CNV

De Rechtbank Midden-Nederland heeft gisteren geoordeeld dat de stakingen in de distributiecentra van Jumbo mogen doorgaan. Jumbo had in kort geding een verbod op de acties van vakbonden FNV en CNV gevorderd om zo het personeel te dwingen aan het werk te gaan.

Jumbo en de vakbonden zijn al enige tijd in onderhandeling over een nieuwe cao. De vakbonden eisen een loonsverhoging van 2,5% en meer vaste banen. Volgens Jumbo zijn die eisen te hoog en daarom voerde zij eenzijdig een loonsverhoging van 1,5% door. Omdat eerdere stiptheidsacties niet tot inwilliging van hun eisen hadden geleid, gingen de vakbonden over tot staking.

Jumbo stelde zich voor de rechter op het standpunt dat de acties disproportioneel en schadelijk zijn in de voor haar belangrijke aanloop naar Pasen. Zij vreest voor lege schappen bij het doorzetten van de stakingen in haar distributiecentra.

De vakbonden op hun beurt meenden dat de acties gerechtvaardigd zijn volgens het collectieve actierecht omdat de onderhandelingen waren stukgelopen en Jumbo niet was ingegaan op hun eisen.

Grondslag van collectieve actie

Het stakingsrecht is niet neergelegd in de Nederlandse wet maar gebaseerd op het Europees Sociaal Handvest (‘ESH’). Het ESH is een mensenrechtenverdrag tussen de lidstaten van de Raad van Europa en heeft directe werking in Nederland. In het ESH zijn waarborgen opgenomen voor een aantal sociale rechten voor werknemers. Een van die waarborgen is het recht op collectief handelen (‘All workers and employers have the right to bargain collectively.’), dat is neergelegd in artikel 6 lid 4 ESH.

Op grond van dit artikel zijn collectieve acties, waaronder staking maar ook stiptheidsacties, langzaamaanacties en ludieke acties zoals flashmobs, enkel toegestaan indien:

  1. sprake is van een belangengeschil tussen de werkgever en zijn werknemers;
  2. eerst andere, minder vergaande, middelen om het beoogde doel te bereiken redelijkerwijs als uitgeput moeten worden beschouwd; en
  3. niet gehandeld wordt in strijd met eerder gemaakte afspraken in cao’s.

Het actierecht is bedoeld om de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers te ondersteunen. Onder ‘belangengeschil’ wordt verstaan elk geschil tussen werkgever en werknemer dat door collectief onderhandelen kan worden opgelost. Dus ook het tot stand brengen van een cao, zoals in de Jumbo-zaak.

De oude spelregels: ultimum remediumbeginsel en aanzegplicht

Tot voor kort golden twee belangrijke zwaarwegende procedureregels (spelregels) die in de Nederlandse rechtspraak waren ontwikkeld: het ultimum remediumbeginsel en de aanzegplicht. Aan beide spelregels moest zijn voldaan om een collectieve actie, dus ook een staking, rechtmatig te laten zijn.

Het ultimum remediumbeginsel houdt in dat een collectieve actie alleen kan worden gebruikt als laatste strohalm. Pas nadat regulier overleg en minder zware middelen zijn uitgeput, mag de barricades worden opgegaan.

Op grond van de aanzegplicht dient de partij die actie wil voeren de voorgenomen actie op een redelijke termijn aan de andere partij aan te zeggen. De aanzegplicht kan werken als drukmiddel om de onderhandelingen weer op gang te brengen in de periode tussen de aanzegging en het begin van de acties. Daarnaast zorgt de aanzegplicht ervoor dat rekening kan worden gehouden met de belangen van derden, zoals klanten en leveranciers van de werkgever en dat de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld om onnodige bedrijfsschade te voorkomen.

De spelregels zijn gezichtspunten geworden

Twee recente arresten van de Hoge Raad, het Enerco-arrest uit 2014 en het Amsta-arrest uit 2015 hebben deze spelregels gerelativeerd. Volgens de Hoge Raad is het niet in acht nemen van zwaarwegende procedureregels niet langer een voorwaarde voor de toelaatbaarheid van een collectieve actie. De spelregels wegen echter nog wel steeds mee als gezichtspunten bij de beoordeling door de rechter van de vraag of de actie al dan niet rechtmatig is. Enkel op grond van artikel G ESH kan het recht op collectieve actie alsnog worden beperkt. De beperking moet noodzakelijk zijn voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.

Wanneer een collectief belangenconflict speelt tussen een werkgever en diens werknemers, dan zullen zowel de werkgever als derden moeten accepteren dat zij daardoor hinder of schade ondervinden. De collectieve actie moet dan wel redelijkerwijs bij kunnen dragen aan een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. In dat geval moet de actie namelijk in beginsel worden aangemerkt als rechtmatig.

Wil een werkgever of derde het recht op collectieve actie in een concreet geval beperken of uitsluiten, dan zal deze aannemelijk moeten maken dat die beperking of uitsluiting gerechtvaardigd is. Dat laatste is slechts het geval indien beperkingen aan het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.

Bij de beoordeling of zo’n beperking of uitsluiting in een concreet geval dringend noodzakelijk is, zijn volgens de Hoge Raad de volgende zaken van belang:

  • de aard en de duur van de actie;
  • de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel;
  • de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden; en
  • de aard van die belangen en die schade.

Zoals hiervoor gezegd, kan in dat verband ook (beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of is voldaan aan het ultimum remediumbeginsel en/of de aanzegplicht.

Conclusie

Kortom, het collectieve actierecht wordt niet beperkt door de spelregels die worden gehanteerd om vooraf te beoordelen of een collectieve actie rechtmatig is. Bij zijn beoordeling over de rechtmatigheid van een collectieve actie dient de rechter alle omstandigheden, waaronder het ultimum remediumbeginsel en de aanzegplicht als gezichtspunten mee te wegen.

Het beperken van het collectieve actierecht is enkel mogelijk indien dit noodzakelijk is in verband met de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.

Het uitgewerkte vonnis met motivering van de beslissing van rechtbank Midden-Nederland in de Jumbo-zaak volgt volgende week woensdag.