Transformatie en renovatie van leegstaande kantoren in woningen heeft de toekomst. De beschikbare ruimte van leegstaande kantoren wordt benut om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar woningen. De fiscale regels met betrekking tot transformaties zijn echter onduidelijk en gebleken is dat de belastingdienst verschillende standpunten inneemt als het gaat om de vraag hoe de transformatie BTW technisch moet worden behandeld. 

Sommige inspecteurs van de belastingdienst nemen het standpunt in dat bij transformatie van kantoren tot woningen op grond van een koop/aannemingsovereenkomst sprake is van twee prestaties voor de BTW, namelijk de levering van oudbouw die belast is met 6% overdrachtsbelasting en de verbouwing van kantoorruimte tot woonruimte die belast is met 21% BTW. Het standpunt van de Belastingdienst is niet in lijn met de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad. Uit de jurisprudentie volgt namelijk dat als een overeenkomst tot doel heeft de levering van een (gedeelte van een) gebouw dat bedoeld is om als woonruimte te worden gebruikt, sprake is van één prestatie voor de BTW. Als de transformatie niet leidt tot een nieuw vervaardigd gebouw, is de levering van rechtswege vrijgesteld van BTW en belast met 6% of 2% overdrachtsbelasting, afhankelijk van het moment van levering. Ook over de toepassing van het overdrachtsbelastingtarief bestaat de nodige discussie. De vraag richt zich op welk moment in het transformatieproces het 2% tarief kan worden toegepast.

De vastgoedpraktijk heeft behoefte aan een eenduidig standpunt en de Nederlandse Vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers heeft het Ministerie van Financiën daarom verzocht duidelijkheid te verstrekken. Zolang het Ministerie van Financiën nog geen beleidsbesluit heeft genomen, raden wij aan de BTW en overdrachtsbelasting consequenties van transformaties met de belastingdienst af te stemmen.