Vandaag is een ontwerpwetsvoorstel voor de wijziging van de Awb ter consultatie geplaatst op www.internetconsultatie.nl. Het wetsvoorstel zal de invordering van dwangsommen door bestuursorganen volgens mij aanzienlijk makkelijker maken voor de invorderende bestuursorganen. De wijziging houdt namelijk (onder meer) in dat zo lang er een bestuursrechtelijke procedure loopt, geen verjaring zal intreden. Is dit het einde van de verjaring bij dwangsommen?

De "evaluatiewet bestuursrechtelijke geldschuldenregeling Awb​" voorziet in een nieuw vierde lid van artikel 5:37 Awb. In de voorgenomen toevoeging is bepaald dat:

"4. Indien bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid, of indien een verzoek wordt gedaan als bedoeld in het tweede lid, wordt de verjaringstermijn, bedoeld in artikel 5:35, opgeschort tot onherroepelijk op het verzoek, het bezwaar of beroep is beslist."

Daar waar in de huidige regeling de verjaring gewoon doorloopt (en ook vaak intreedt) tijdens de bestuursrechtelijke procedure, lijkt de verjaring binnenkort geen rol van betekenis meer te zullen spelen. Als er namelijk bezwaar of beroep aanhangig is tegen een invorderingsbeschikking dan wordt de verjaringstermijn "opgeschort" tot nadat de invorderingsbeschikking onherroepelijk wordt. Dit is in lijn met de aanbeveling op dit vlak in de in 2013 gepresenteerde Evaluatie van de geldschuldenregeling uitgevoerd door het WODC (door onder meer Willemien den Ouden en Tijn Kortmann).

Over deze (voorgenomen) wijziging zullen de meningen sterk verschillen. Bij bestuursorganen zal er gejuich te horen zijn terwijl advocaten die vaak overtreders bijstaan vermoedelijk niet onverdeeld positief zullen zijn over dit voornemen van de wetgever. De gekozen oplossing voorziet er namelijk in dat het huidige (zeer overtreder vriendelijke) systeem omslaat naar het andere uiterste: een systeem dat zeer bestuursorgaan vriendelijk is. Is dat wel terecht? En wat blijft er straks nog over van de verjaring? Die vraag zal ik binnenkort proberen te beantwoorden in een reactie op het wetsvoorstel vanuit het perspectief van mijn wetenschappelijk onderzoek naar de invordering van dwangsommen aan de Universiteit Leiden. Mocht u hier in de praktijk mee te maken hebben, dan roep ik u echter graag op om ook uw visie hierover kenbaar te maken bij de wetgever. De balans van het huidige systeem wordt namelijk ingrijpend gewijzigd zodat het onderwerp de aandacht van de praktijk zeker verdient.